Dick Berlijn over de driehoek bedrijfsleven, investeerders en defensie
07-04-2026 | Interviewer: Gerbrand ter Brugge | Auteur: Angelo van Leemput | Beeld: Gregor Servais
Defensie is weer hot. Bedrijven wilden jarenlang liever niet geassocieerd worden met war huggers, maar het tij is nu aan het keren. Enerzijds uit ideële overwegingen (‘we zijn trots op onze Europese waardenmaatschappij en die laten we ons niet afpakken’), anderzijds uit puur commerciële overwegingen: er worden de komende jaren miljarden geïnvesteerd in defensie – volop kansen dus om daar je graantje mee te pikken. Voor Management Scope gaat Gerbrand ter Brugge, voormalig pelotonscommandant bij de cavalerie én partner van corporate finance house Oaklins, de komende tijd ongewapend en met open vizier het gesprek aan over de kansen, mogelijkheden en risico’s voor met name het Nederlandse bedrijfsleven. Om te beginnen kruist hij de degens met Dick Berlijn, voormalig commandant der strijdkrachten. ‘Ik vind dat iedere boardroom moet kijken of een bedrijf personeel als reservist kan afstaan.’
Het gesprek vindt plaats op landgoed De Wilmersberg, niet ver van Berlijns woonplaats Oldenzaal. Berlijn mag dan al jaren ‘bd’ zijn, hij is nog altijd een veelgevraagd man – in de media, voor optredens in het land of voor sessies met het bedrijfsleven. Iedereen heeft behoefte aan duiding over de veranderde toestand van de wereld. De status quo uit het begin van deze eeuw is weg. ‘De tollen staan los’, zo omschrijft Berlijn het zelf. ‘Alles beweegt. China is van een ontwikkelingsland een gigant geworden. Rusland vindt dat het terug moet naar het grote Russische imperium. En de VS heeft een president die niet gelooft in allianties, maar in transactionele deals.’ En Europa? ‘We zijn al veel te lang bezig met proberen te begrijpen wat het voor ons betekent en hoe we ons moeten verhouden tot die nieuwe wereldorde. We moeten echt dringend aan de slag.’
Dat de tijden zijn veranderd, heeft ook Ter Brugge uit de eerste hand meegemaakt: ‘Een aantal jaar geleden waren wij met Oaklins bezig met de verkoop van een Nederlands bedrijf. Een zeer gerespecteerde onderneming. Zo’n vijf procent van de omzet was echter gerelateerd aan defensie. Wij hebben het bedrijf destijds niet kunnen verkopen. Waarom niet? Omdat private equity zei: “Defensie? Daar investeren we niet meer in.” Nu, anno 2026, is de stemming totaal anders. Private equity-partijen vragen ons nu juist: “Heb je nog iets defensie-gerelateerds?” We moeten het niet romantiseren, want dat is natuurlijk ook omdat daar de komende tien jaar flink geld mee verdiend kan worden. Maar toch is er iets belangrijks veranderd. Er is een sfeer ontstaan van: hoe kan ik mijn steentje bijdragen?’
Ter Brugge wil weten of Berlijn een idee heeft hoe dat komt. Berlijn: ‘In het verleden maakte de krijgsmacht veel spullen zelf. Toen hadden we marinewerven en we hadden Fokker. Dat hebben we niet meer. We hebben nu, veel meer dan toen, de innovatieve kracht van het bedrijfsleven nodig. Gelukkig hebben we in Nederland veel bedrijven, vaak in de vorm van startups of scale-ups, die geweldig innovatief zijn. Probleem is dat die innovatieve bedrijven vaak het geld niet hebben. Daar heb je investeerders voor nodig. De driehoek bedrijfsleven, investeerders en defensie – daar moet het van komen. Zij zullen de komende jaren samen moeten optrekken. En ze hebben alle drie hun eigen verantwoordelijkheid. Defensie zal veel duidelijker moeten verwoorden wat voor capaciteit ze nodig hebben. De industrie moet goed communiceren met welke technologie ze bezig is en hoe die technologie een oplossing kan zijn voor de bedoelde capaciteit. Investeerders zullen daar weer op in moeten springen. De overheid moet het allemaal faciliteren.’
Overheid en bedrijfsleven spreken twee verschillende talen, is mijn ervaring. De klassieke aanbestedingsprocessen duren lang en gaan vaak over veel te grote totaalpakketten. Zou dat anders kunnen?
‘We zullen hoe dan ook moeten versnellen. Een kwart eeuw geleden kon je misschien nog dergelijke langdurige trajecten aangaan. Die luxe hebben we niet meer. We hebben slechts een korte window of opportunity. Het moet er nú zijn, of over hooguit twee jaar. Die tijdsdruk dwingt ons om een aantal dingen anders te doen, bijvoorbeeld op het gebied van aanbestedingen. We kunnen een voorbeeld nemen aan Israël. Daar geeft Defensie veel transparanter aan wat er voor de komende tijd nodig is. Het bedrijfsleven kan daar dan op inspringen. Het wordt actief uitgenodigd om vroeg aan te geven wat ze kunnen – ook op deelterreinen. Dat systeem zorgt ervoor dat je veel meer snelheid krijgt.’
Misschien moet je ook op meerdere paarden tegelijk wedden? Misschien is het slimmer om in tien verschillende drone-technieken te investeren dan in één. En misschien moet je verlies incalculeren. Zie jij die mentaliteit veranderen?
‘Ik hoor mooie woorden, maar ik zie nog te weinig concrete voorbeelden. Ik zie nog niet dat zeven partijen tegelijk aan de slag mogen gaan. Terwijl ik toch best vaak word aangesproken door relatief kleine bedrijven met tamelijk briljante oplossingen.
Af en toe gaat het overigens wel goed. Ik weet dat op het gebied van drone- en counter drone-technologie partijen inmiddels actief worden benaderd. Een mooi voorbeeld uit het verleden vind ik Optics11, een klein bedrijf dat een technologie heeft ontwikkeld waarmee je met laserlicht geluid kunt detecteren. Defensie heeft die techniek weten onder te brengen in een opdracht voor de nieuwe onderzeeërs. Het kan dus wel, maar naar mijn mening zijn het te vaak lucky shots. Er zit te weinig visie of beleid achter. Gelukkig zie ik vanuit de investeerderskant initiatieven ontstaan. Een mooi voorbeeld is voormalig TomTom-bestuurder Alexander Ribbink die met Keen Ventures investeert in Europese defensietechnologie. Hij heeft een heel groot netwerk inmiddels, binnen defensie en binnen de wereld van startups en scale-ups. Hij heeft aardig in beeld wat vraag en aanbod is.’
Voor investeerders is het risico vaak te groot. De kans dat je wint, is statistisch gezien klein. Het risico dat je geld down the drain gaat, is best aanzienlijk. Er zal een mechanisme moeten komen waarbij iemand die investeert in de goede zaak ge-derisked wordt. Zouden we niet toe moeten naar een defensiefonds dat investeerders deriskt?
‘Derisken is cruciaal. Dat moet je inderdaad op de een of andere manier gaan vormgeven. Anders zal het benodigde geld er simpelweg niet komen. Verder moet er nog wat missiewerk gebeuren richting politiek. We hebben te maken met een parlement dat geen fouten accepteert. De Tweede Kamer zegt al snel: dit nooit meer. Daardoor zijn we – ook bij defensie – risico-avers geworden. Terwijl we juist op dit thema af en toe risico’s moeten nemen, willen we op tijd onze defensie op orde hebben. Als iets binnen twee jaar moet gebeuren, is het evident dat je bepaalde risico’s neemt. Het tijdselement moet prominenter worden.’
Laten we de blik eens verleggen naar Europa. Nederland zal het immers samen met de andere Europese landen moeten doen. Ben je hoopvol gestemd over de Europese samenwerking?
‘In Europa zitten we op een berg geld, dat is het probleem niet, maar helaas spelen er allerlei nationale belangen. Dat zie je nu bij de discussie over de zesde generatie gevechtsvliegtuigen, waar Frankrijk en Duitsland het niet eens kunnen worden over de voorwaarden en de verdeling van het geld. Het project moest Europese eensgezindheid uitstralen, maar nationale belangen spelen ook nu weer een te grote rol. De Europese landen zullen echt over die schaduw heen moeten springen.’
Moet Europa niet veel slimmer naar defensie gaan kijken? Zou niet iedere lidstaat een bepaald bedrag moeten krijgen om te investeren in een specifieke, afgebakende defensieopdracht? Dus Nederland mag miljarden steken in – ik noem maar wat – radartechnologie, Duitsland mag investeren in tanks en Frankrijk doet de onderzeeërs. Zou het zo niet moeten gaan?
‘Je schetst nu de ideale situatie. Alleen zie ik het niet zo snel op die manier gebeuren. De Fransen zullen nooit accepteren dat ze zelf geen vliegtuigen of tanks meer mogen bouwen. En de Duitsers op hun beurt ook niet. Zelfs de relatief kleinere landen hebben hun eigen defensiecultuur. De Zweden maken met Saab Kockums uitstekende onderzeeërs. Dat zullen ze echt niet opgeven. We hebben dus met de binnenlandse politiek te maken. Als je de Zweden opdraagt te stoppen met onderzeeërs, heb je waarschijnlijk een regering die ten val komt. Dat is de politieke realiteit in Europa. We zijn geen federale staat, we zijn een groep van landjes die het samen moeten zien te rooien.’
Maar ‘vrijheid’ is toch ons gezamenlijke belang? Zou het niet fijn zijn als een Europees defensiefonds dan kan zeggen: sorry Nederland, jij even geen drones, bouw in plaats daarvan een onderzeeër. Dat kan iedere politicus toch uitleggen aan de kiezer?
‘Coördinatie is zeker gewenst. Sterker: er zou een Europese veiligheidsraad moeten komen waarin je met de lidstaten over veiligheids- en defensiezaken overlegt. En eigenlijk zou je ook een hoge generaal moeten hebben die als supreme allied commander op zijn fluitje kan blazen en kan zeggen: als dat de politieke richting is dan gaan we het zo doen, alle krijgsmachten van Europa vallen nu onder mijn commando en ik bepaal de inzet van de eenheden. Die generaal zal ook verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van technical evaluations. Hoe staan we ervoor en wat hebben we nodig? Dat zal een sturend element worden voor het bepalen van tekortkomingen. Ik zou daar erg voor zijn.’
In hoeverre is het slim om te kijken naar dual use, dus naar technologieën die behalve voor defensie ook in de burgermaatschappij kunnen worden gebruikt? Ik zag laatst dat het Duitse supermarktconcern Lidl een eigen cloudsysteem aan het bouwen is, helemaal los van Amerikaanse techbedrijven. Dat is een open Europese architectuur waar wij straks allemaal gebruik van kunnen maken. Moeten we daar meer op inzetten?
‘Ik juich dual use toe. Ik denk dat bedrijven kunnen profiteren van de roep om dual use-technologie. En ik denk dat het heel goed is dat je technologische kennis niet alleen in het leger inzet, maar ook op andere plekken in de samenleving. Radartechnologie kun je bijvoorbeeld veel breder inzetten dan alleen bij defensie. Dus ja, zet ook in op dual use. Als het maar niet de verdere totstandbrenging van een sterke krijgsmacht in de weg staat, zeg ik er wel bij als voorwaarde.’
En dan de Nederlandse boardrooms. Wat moet bij hen hoog op de agenda staan?
‘Ik zie gelukkig dat in boardrooms het besef groeit dat de wereld verandert en dat de markt daarmee verandert. Dat heeft consequenties voor alles wat je tot nu toe hebt gedaan. Je zult je daarvan bewust moeten zijn en je moeten aanpassen. Je zult als bedrijf concrete plannen moeten uitwerken, je zult in scenario’s moeten denken en de kwetsbaarheden in kaart moeten brengen. Vaker dan voorheen zul je als bedrijf de strategie door een geopolitieke bril moeten bekijken. Bedrijven zullen ook maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen. Deze prachtige samenleving is er niet zomaar gekomen. Die hebben we samen tot stand gebracht. En we zullen moeten nadenken hoe we die samen kunnen verdedigen.’
Zou het niet een idee zijn om in raden van commissarissen militaire kennis of ervaring binnen te halen?
‘Militairen in de raad van commissarissen is geen doel op zich. Je moet het doen omdat je denkt dat je daar bepaalde capaciteiten of kennis mee binnenhaalt. Er wordt tegenwoordig meer gekeken naar geopolitiek, naar logistieke processen en bijvoorbeeld tijdmanagement – dat zijn zaken waar oud-militairen veel van af weten. In die gevallen kan die kennis van pas komen.’
Er zijn ook bedrijven – KPN bijvoorbeeld – die het aanmoedigen als hun medewerkers voor defensie gaan werken als reservist. Is dat een goede ontwikkeling? En wat zouden boardrooms verder kunnen doen richting defensie?
‘Wat bij KPN gebeurt, juich ik toe. Personeel dat zich inzet als reservist krijgt daartoe de mogelijkheid en krijgt daarvoor zelfs een aantal uren doorbetaald verlof. Ik vind dat iedere boardroom moet kijken of een bedrijf personeel als reservist kan afstaan. Je krijgt daar als bedrijf ook heel veel voor terug, niet alleen kennis, maar ook een netwerk. Bovendien heb je als bedrijf ook een positie in de samenleving. Daarvoor moet je verantwoordelijkheid nemen. We zijn trots op onze Europese waardenmaatschappij en die laten we ons niet afpakken. En verder zou ik het boardrooms ook zeker aanraden om zelf contact te zoeken met Defensie en in gesprek te gaan. Ook om beter af te stemmen wat beide partijen voor elkaar kunnen betekenen.’
Ik heb zelf in dienst gezeten, ben commandant van een Leopard-tankpeloton geweest, en dat heeft me veel gebracht. Zou herinvoering van de dienstplicht niet een goede optie zijn?
‘Ik kan dat alleen maar onderschrijven. Alles wat je bij defensie leert, komt later in je loopbaan van pas. Je leert samenwerken, je leert op je lip bijten als je het tegenzit, je leert je rug rechten, je leert met mensen omgaan die een totaal andere achtergrond hebben dan jij. Bovendien is het ook goed om je te realiseren dat deze prachtige samenleving er niet zomaar is. Die is er omdat we er allemaal een steentje aan bijdragen. Dienstplicht betekent voor jonge mensen ook investeren. En als je ergens in investeert krijgt het meer waarde, waardoor je er voorzichtiger mee omgaat. Dat lijkt me winst.’
Reageren? Mail ons op redactie@scopebusinessmedia.nl
Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 04 2026.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op 07-04-2026