Cees 't Hart, FrieslandCampina: 'Wij geloven in Afrika'

06-11-2012 | Interviewer: Dorine Bosman | Auteur: Marike van Zanten | Beeld: Marco Bakker

Cees 't Hart, FrieslandCampina: 'Wij geloven in Afrika'

Miljoenen Nigerianen groeien op met Peak, het Blue Band van de lokale zuivelmarkt die wordt gedomineerd door FrieslandCampina. Ceo Cees ‘t Hart deelt zijn groeiambities en de manier waarop de coöperatie omgaat met corruptie en veiligheid.

Ceo Cees ’t Hart heeft a room with a view. Zijn werkkamer in het Amersfoortse centrale kantoor van FrieslandCampina wordt gedomineerd door een indrukwekkende glazen wand met groots uitzicht. Overigens niet op de groene weiden waar het stamboekvee van de vijftienduizend bij de coöperatie aangesloten boeren graast.

De producten die van hun melk gemaakt worden, staan uitgestald op de vensterbank. De vertrouwde en oer-Hollandse pakken melk en yoghurt staan gebroederlijk naast de glimmende en feller gekleurde blikjes en sachets met melkpoeder en geëvaporeerde melk van het merk Peak, dat FrieslandCampina al sinds 1954 in Nigeria op de markt brengt.


Peak is het belangrijkste merk van het land, miljoenen Nigerianen zijn ermee opgegroeid en geven het nu aan hun eigen kinderen. ‘Elk Nigeriaans kind kent Peak, het is het Blue Band van Nigeria’, lacht ’t Hart, die zelf jaren bij Unilever werkte. FrieslandCampina is in Nigeria dan ook het bekendste Nederlandse bedrijf, na Heineken. Met een omzet van iets meer dan vijfhonderd miljoen euro en een marktaandeel van 45 procent is het ook het grootste buitenlandse bedrijf, ná Nigerian Breweries maar vóór voedingsreuzen als Unilever en Procter & Gamble.


FrieslandCampina Wamco Nigeria – de naam van de joint venture met een aantal Nigeriaanse partijen – heeft een eigen productievestiging in Lagos, waar het uit Nederland geëxporteerde melkpoeder wordt verwerkt. De blikken gecondenseerde melk worden rechtstreeks uit Nederland geïmporteerd. De distributie vindt plaats via een fijnmazig netwerk van vrouwen – de stabiele factor in de Nigeriaanse economie – jongeren op markten en de chiefs van de lokale communities. Ook met de verpakking wordt ingespeeld op de lokale situatie. Twee derde van de 150 miljoen Nigerianen leeft onder de armoedegrens, slechts een derde van de bevolking kan zich het kopen van melk veroorloven. Om de onderkant van de markt beter te kunnen bedienen, heeft FrieslandCampina twee jaar geleden sachets met geëvaporeerde melk geïntroduceerd: goedkope kleinverpakkingen die ook per stuk gekocht kunnen worden en betaalbaarder zijn voor de arme bevolking.


Met ongeveer vijftienhonderd lokale werknemers is FrieslandCampina ook een van de bekendere werkgevers van het land. Daarnaast zijn er vele mensen indirect aan het bedrijf verbonden. De lokale scope van merk en bedrijf drong pas echt tot ’t Hart door toen hij in Nigeria was om de joint venture Friesland Foods Wamco Nigeria te herdopen tot FrieslandCampina Wamco Nigeria. ‘Ik kreeg na aankomst op de luchthaven de ‘Obama-benadering’. Onze auto werd geëscorteerd door een auto voor en achter ons en een reserveauto voor het geval onze auto met pech zou komen te staan. En toen ik de andere dag weer terugvloog en in het vliegtuig een Nigeriaanse krant kreeg, stond het nieuws over het herdopen van de fabriek prominent op de voorpagina. Dan besef je pas hoe groot het merk daar is.’


Welke rol spelen Afrika en Nigeria in het bijzonder in de strategie van FrieslandCampina?
‘Onze strategie heeft als naam route2020 gekregen. Doorgroeien in Afrika – met name in de sub-Sahara, de landen ten zuiden van de woestijn – vormt daar een belangrijk onderdeel van. We groeien er behoorlijk en we zien nog veel meer potentie. Allereerst in Nigeria zelf. De bevolking groeit er hard. Er worden in Nigeria jaarlijks meer baby’s geboren dan in heel Europa. Bovendien is de middenklasse zich aan het ontwikkelen, waardoor er meer werkende moeders komen die eerder overgaan op flesvoeding voor hun kind. Dat schept kansen voor onze babyvoeding. Ook gaan de bestedingen omhoog. Verder zien we een urbanisatietrend. Die trek naar de stad leidt ook weer tot meer consumentenaankopen. Nigeria is door de strategische geografische ligging ook een belangrijke hub om, vanuit Nederland, de rest van de sub-Sahara te veroveren. Dan heb je het niet alleen over fysieke infrastructuur zoals havens, maar ook over het lokaal aanwezige talent. Veel Nigerianen zijn hoogopgeleid. Het feit dat een Nigeriaanse kandidaat was voor het presidentschap van de Wereldbank zegt genoeg. Nigerianen zijn ongelooflijk ambitieus. Ze hebben een enorm positieve instelling: morgen moet beter zijn dan vandaag. Ze zijn ook heel vrolijk, ondanks de erbarmelijke omstandigheden waarin het volk verkeert. Van die spirit of life word je zelf ook vrolijk. Op een bedrijfsbijeenkomst daar begon na een half uur iedereen te swingen. Als Nederlanders sta je er dan maar houterig bij. Gek genoeg zien veel andere grote bedrijven de potentie van Nigeria en andere Afrikaanse landen niet of veel minder. Wij hebben juist een groot geloof in Afrika.’


Ziet u naast kansen ook bedreigingen?
‘Een van de zorgen is de politieke onrust in Nigeria. Het land is een smeltkroes van geloofsrichtingen. Dat leidt tot onderhuidse spanningen die regelmatig aan de oppervlakte komen. Begin dit jaar braken er bijvoorbeeld onlusten uit nadat de regering de brandstofsubsidie voor de bevolking afschafte. Met dat soort onrust zullen we ook in de toekomst constant geconfronteerd worden. Aan de andere kant hebben we inmiddels al zestig jaar ervaring opgebouwd in dit land. We weten dus inmiddels dat de situatie zich ook weer ten goede kan keren. Het blijft een licht ontvlambaar land, maar we hebben er altijd goed zaken kunnen doen. In heel Afrika is de politieke stabiliteit de afgelopen jaren overigens toegenomen. Er wordt nog altijd oorlog gevoerd in sommige delen, maar de situatie is wel verbeterd. Dan zie je meteen ook de economische groei toenemen.’


Hoe gaan jullie om met de veiligheidssituatie ter plaatse? Werknemers van Shell en andere buitenlandse bedrijven in Nigeria worden regelmatig overvallen. Heeft FrieslandCampina daar ook last van?
Nee. FrieslandCampina Wamco Nigeria wordt als een lokaal bedrijf gezien, omdat het een joint venture is. Naast de circa vijftienhonderd Nigerianen werken er maar zes of zeven expats. De board bestaat ook bijna helemaal uit Nigerianen. Het is verder een geliefd bedrijf om voor te werken. Op sommige vacatures krijgen we maar liefst vijftienduizend sollicitaties, we zijn het grootste opleidingsbedrijf in de regio. In al die jaren heeft er slechts één keer een incident plaatsgevonden en dat kwam doordat de bewuste medewerker zich niet hield aan de veiligheidsmaatregelen. Want die moet je als expat natuurlijk wel in acht nemen. Je kunt op vrijdagavond nu eenmaal niet spontaan even gezellig de stad inlopen of een weekendje weggaan. Dat moet je echt organiseren. We hebben in Nigeria dan ook buitenhuizen met privéstrand voor onze mensen daar. Als ik zelf in Nigeria ben, zo’n drie keer per jaar, voel ik me redelijk veilig, terwijl ik me toch diep in de lokale leefgemeenschappen begeef. Ik doe wel mijn stropdas en horloge af als ik een markt bezoek. Daar lopen trouwens ook allerlei informele veiligheidsmensen rond om rivaliserende verkopers tegen elkaar te beschermen. Voor mijn komst wordt zo’n beveiliger dan wel even getipt: hem mag niets overkomen.’


En hoe gaan jullie om met corruptie? Geven jullie medewerkers instructies op dat gebied mee? ‘Corruptie wordt binnen ons bedrijf niet getolereerd. We hebben interne regels voor het omgaan met corruptie en onze Nigeriaanse managing director moet elk jaar een verklaring ondertekenen dat zijn mensen zich daaraan houden. Daarnaast besteden we er tijdens opleidingen aandacht aan. We doen er dus alles aan om mensen zo goed mogelijk op te voeden op dat gebied, maar het blijft frappez toujours: je moet er bovenop blijven zitten. Als het toch een keer misgaat, volgt er op staande voet ontslag, net als wanneer een medewerker met een blikje melk de fabriek uitloopt. Ontslag bij Wamco betekent heel wat in Nigeria, maar je moet consequent zijn en een voorbeeld stellen. Zelf heb ik voor Unilever in Polen gezeten. Daar kregen we na de introductie van nieuwe belastingregels regelmatig invallen van de lokale FIOD. De mensen die die invallen deden, kon je in feite wegsturen met een zak Magnums. Maar dit werd niet getolereerd bij Unilever: liever een hoge belastingaanslag dan het omkopen van een Poolse ambtenaar. Als toenmalig topman Antony Burgmans in Polen langskwam, klaagde hij ook nooit over de hoogte van de belastingen.’


Geven jullie ook iets terug aan Nigeria, in de vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen?
‘Ons belangrijkste project is het Dairy Development Program. De natuurlijke omstandigheden in Nigeria zijn niet ideaal voor koeien. Er zijn maar weinig boeren en die realiseren een laag volume. Daarom zetten wij via de internationale organisatie International Fertilizer Development Center (IFDC) Nederlandse boeren in om hun Nigeriaanse collega’s te ondersteunen op het gebied van professionalisering, kwaliteit en volume: koeien die meer melk geven. De Nigeriaanse overheid vindt die bijdrage aan ontwikkeling van de agrarische sector belangrijk, omdat ze graag minder afhankelijk wil worden van import. En voor ons snijdt het mes aan twee kanten: je helpt de Nigeriaanse boer, maar je stelt ook je eigen business veilig. We hebben namelijk ook dagverse melk nodig. Daarnaast hebben we een groot aantal projecten op het gebied van educatie, gezondheidszorg en dergelijke.’


Hoe gaat FrieslandCampina om met verzoeken om steun vanuit de samenleving? Shell werkt bijvoorbeeld met community advisors, die een relatie opbouwen met de Nigeriaanse gemeenschappen. We beslissen niet meer zelf waaraan die financiële steun besteed wordt, dat laten we over aan de communities mits ze goed georganiseerd zijn.
‘Wij krijgen ook veel verzoeken om steun uit de samenleving. Omdat je de communities niet constant geld kunt geven, moet je keuzes maken. Het beleid op dat terrein bepalen we niet vanuit Nederland, maar laten we over aan de lokale public affairs-director en aan de board, waar ik overigens zelf ook deel van uitmaak. De voorzitter is een Nigeriaan. Onze gemeenschapssteun is redelijk gefragmenteerd, van weeshuizen tot aidspreventie. De rode draad is dat we naar projecten zoeken die dichtbij de consument staan. Peak is immers een vriend van de familie door het bieden van betaalbare en goede voeding. Op die basis zijn we ook in gesprek met de chiefs: die vinden goede voeding belangrijk voor hun mensen. Een ander belangrijk project in ons duurzaamheidsbeleid richt zich op een verantwoord waterverbruik. Dat komt direct voort uit onze core business. Onze producten worden immers aangelengd met water.’


Het energieverbruik in heel Afrika is hetzelfde als in de stad New York. Maar hoe lang zal dat zo blijven?
‘De economische groei in Afrika zal de komende decennia exploderen en daarmee ook het energie- en waterverbruik. De verantwoordelijkheid voor het milieueffect van die groei zullen we samen moeten nemen. FrieslandCampina wordt soms aangevallen op het feit dat het producten en grondstoffen naar Nigeria exporteert en melk naar het land toebrengt, in plaats van ter plaatse te produceren. Maar je zit met dat lage volume door de matige natuurlijke omstandigheden. Wat bijvoorbeeld Maleisië in een jaar aan melk produceert, doen wij in Nederland in één dag. Het klimaat en de omstandigheden zijn hier immers gunstiger. Daarnaast is onze ecologische voetafdruk kleiner wanneer we grondstoffen en eindproducten naar Nigeria transporteren, dan wanneer veel drinkwater moet worden gebruikt voor het melkvee ter plaatse.’


Zetten jullie je positie als een van de belangrijkste buitenlandse investeerders en werkgevers in om politieke druk uit te oefenen op het gebied van mensenrechten?
‘Nee, de boardmembers houden zich bewust buiten de politieke strijd. Politieke bemoeienis brengt een continuïteitsrisico met zich mee, terwijl het voor ons juist van strategisch belang is om in Nigeria actief te blijven. We onderhouden daarom relaties dwars door alle stamverbanden, religies en politieke overtuigingen heen. Je bedrijf moet dus ook een afspiegeling van de samenleving zijn. Daar houden we dan ook rekening mee.’


Onder welke omstandigheden zou FrieslandCampina overwegen zich terug te trekken uit Nigeria?
‘Na een lange denkpauze: ‘Als de corruptie ons daadwerkelijk zou raken, of als de veiligheid van onze mensen in het geding zou komen door een burgeroorlog. Maar we hebben hier een lange historie, net als Unilever en Heineken. Die geef je niet zomaar op. Bovendien is Peak heel belangrijk voor de communities, zowel qua betaalbare voeding als qua werkgelegenheid, direct én indirect. We willen helemaal niet weg uit Nigeria, we willen juist groeien en uitbreiden naar de rest van de sub-Sahara. Je kunt je wel alleen blijven richten op die zeventien miljoen inwoners hier in Nederland, maar de grootste kansen doen zich elders in de wereld voor. Afrika is het snelst groeiende continent, met de hoogste arbeidspopulatie, een groeiende middenklasse, 71 steden met meer dan een miljoen inwoners en een toenemende digitalisering: zeventig procent van de Afrikanen heeft een mobiel. Iedereen denkt bij Afrika alleen maar aan honger, armoede en oorlog, maar een aantal landen maakt momenteel een belangrijke transitie door. Het is niet de vraag óf, maar wannéér de doorbraak komt.’


In hoeverre wordt die strategie ondersteund door de coöperatieve achterban?
‘Ik heb net weer de jaarlijkse ronde achter de rug langs de aangesloten boeren: in drie weken tijd gaan we als directie tien avonden het land in en zien we een paar honderd boeren per avond. Boeren zijn nuchter en kritisch, maar ze zien de lokale boeren in Nigeria niet als concurrent en dat vind ik knap. Ze vinden gewin op korte termijn minder belangrijk dan continuïteit. Ze leven ook enorm mee. Vorig jaar hadden we een flinke waterschade in de fabriek in Nigeria. Dan laten ze blijken het belangrijk te vinden dat we daar netjes mee omgaan en ons goed gedragen. Begin dit jaar hadden we een jongerendag: achthonderd jonge boeren in de zaal. Daar vertelde een Nigeriaanse die met een Nederlandse boer getrouwd is een prachtig verhaal over haar land. Dat spreekt jonge boeren aan. Ze zien dit als hún bedrijf met alle activiteiten die daarbij horen: in Nederland, maar in toenemende mate ook in de rest van de wereld.’


Dorine Bosman is manager sustainable development & social performance Shell.


Dit interview is onderdeel van de special 'Nigeria booming in Afrika' in samenwerking met Shell.
De volledige special kunt u hier inzien.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 15 Waarderingen

Nigeria, booming in Afrika

In deze special

Cees 't Hart

Functies Cees 't Hart


- President & CEO Carlsberg Group

Dorine Bosman

Functies Dorine Bosman


- Business Opportunity Manager - New Energy Technologies Shell

Meer interviews