Kritieke infrastructuur: ‘Iets meer die can do-mentaliteit, dan lukt het wél’

Kritieke infrastructuur: ‘Iets meer die can do-mentaliteit, dan lukt het wél’
De verdere ontwikkeling van de (kritieke) infrastructuur zal bepalend zijn voor de positie van Nederland als spil in de Europese economie. Welke strategische keuzes moet ons land daarom dringend maken voor de nabije en de verre toekomst? Dat is de vraag die aan bod komt tijdens deze rondetafel. Plus: wat kunnen mainports zelf doen om strategisch relevant te blijven? ‘Wij gaan dus gewoon 10 miljard investeren. Punt. Wel of geen rechtszekerheid.’

Onze rondetafel staat dit keer in het hart van de Nederlandse infrastructuur, op luchthaven Schiphol. Vanuit het raam van het hoofdkantoor van de Royal Schiphol Group is zichtbaar hoe vliegtuigen de A4 oversteken op weg naar de terminal. Voor de deur stokt het verkeer in de avondspits, onzichtbaar onder de grond rijdt vast nog ergens een internationale trein en aan de horizon zien we de contouren van de industrie langs het Noordzeekanaal. Dit is het dagelijkse decor van Esmé Valk, chief people & transformation officer (cpto) en lid van de rvb van Schiphol en ook gastvrouw van deze rondetafelbijeenkomst. Aan tafel zit verder Koen Overtoom, ceo van een van de belangrijkste havens van Europa: Port of Amsterdam. En dan is er nog Jeannette Baljeu, Europarlementariër van de VVD en oud-wethouder havenzaken in Rotterdam. De rondetafel vindt plaats onder leiding van Haico Spijkerboer, partner bij strategisch adviesbureau Boer & Croon.

Het gesprek begint met de vraag of de Amsterdamse haven en luchthaven Schiphol zich ‘de onzichtbare motor van Nederland’ voelen? Daar kan met name Esmé Valk zich niet in vinden. ‘Onzichtbaar? Nee, onzichtbaar zijn we zeker niet.’ De backbone van Nederland dan? ‘Daar heb ik al wat meer mee.’ Valk: ‘Onze port-structuur is ongekend. Nederland heeft twee belangrijke zeehavens, we hebben Schiphol en dan hebben we ook nog Brainport Eindhoven. Daaromheen hebben zich grote economische clusters gevormd, met duizenden vaak internationale bedrijven die zich juist vanwege die port-structuur nog altijd graag in Nederland willen vestigen. Als we kijken naar relevantie, en dan vooral naar strategische relevantie – zijn wij als Nederland heel belangrijk. Zonder ons zou de Europese economie echt minder sterk zijn.’ Baljeu: ‘Nederland is strategisch en logistiek gezien cruciaal voor Europa. Dat mogen we niet uit het oog verliezen. Wij als Nederland moeten onze mainports koesteren. Goede logistiek en goede infrastructuur zijn altijd de basis geweest en moeten ook de basis blijven.’ Overtoom: ‘We moeten niet vergeten dat Nederland van oudsher een handelsland is. Het motto van SAIL 2025 sprak me erg aan. United by Waves. Daar geloof ik in.’

Wat hebben jullie organisaties te bieden voor de economie van de toekomst?
Valk:
‘Ik denk dat zowel Schiphol als de zeehavens een cruciaal onderdeel uitmaken van de economie van de toekomst. We willen daar ook fors in investeren. Er ligt hier een plan om 10 miljard euro te steken in onder meer betere bereikbaarheid, een nieuwe terminal en verdere verduurzaming. Dat is niet alleen goed voor de luchthaven, maar ook voor het hele land. Het is een directe investering in de Nederlandse economie. Daarmee houden we heel veel mensen ook in de toekomst aan het werk. Dat zijn tienduizenden goedbetaalde banen. Verder doen we ook andere dingen die bijdragen. We lopen internationaal voorop met duurzaamheidsmaatregelen. Al blijft het belangrijkste dat we de best verbonden airport van de Eurozone zijn en blijven.’
Overtoom: ‘Ik denk dat wij heel veel innovatie te bieden hebben, nu en in de toekomst. De voedingsindustrie in Zaanstad loopt voorop met het gebruik van hoogwaardige technologie. Die zijn ongelooflijk innovatief. Hetzelfde geldt voor de staalindustrie. Ik denk dat wij als haven vooral vooroplopen als het gaat om circulaire grondstoffen en circulaire industrie. Dat hebben we ook nodig als we zoveel mogelijk onafhankelijk en strategisch autonoom willen blijven.’

Zou je niet veel meer in Europees verband naar infrastructuur en industrie moeten kijken? Welke industrie wel, welke niet bijvoorbeeld?
Baljeu:
‘Ik ben er vooral voor dat je in eigen land naar de ruimtelijke ordening kijkt. Dat je daar die keuzes maakt. Al hebben we met de ontwikkeling van het Trans-Europees transportnetwerk, TEN-T, wel al een aantal belangrijke Europese keuzes gemaakt. Maar je kunt economische activiteit niet zomaar weghalen of verplaatsen. Je pakt de haven van Amsterdam niet even op om ’m ergens in Spanje neer te leggen. Dat kan niet, en sterker nog: dat moet je als Nederland ook niet willen, vooral met het oog op de geopolitieke situatie. We hebben al die grondstoffen hard nodig. We hebben al die producten hard nodig. En alles wat je maakt, moet ook nog ergens naar toe. Industrie en logistiek horen bij elkaar. Dat moeten we nooit opgeven.’

Waar lopen we nu tegenaan?
Overtoom:
‘In alles is er schaarste. Schaarste aan ruimte. Schaarste aan energie. Schaarste aan mensen. Tien jaar geleden konden we als haven redelijk autonoom, zonder bemoeienis van anderen, onze gang gaan. De keus was eigenlijk altijd: woningbouw of haven. Nu is er met alles een uitdaging: met industrie, met energie, met stikstof, met infrastructuur, met wonen, met toerisme, met duurzaamheidsambities, met water. Het schuurt soms. Woningbouw wordt zo dicht op de industrie gepland dat er al bij voorbaat sprake van een sterfhuisconstructie is. Die industrie kan namelijk meteen al geen kant meer op. Je zou moeten zeggen: als het een TEN-T-corridor is, beschermen we dat, daar is immers al fors in geïnvesteerd.’

Welke dingen zou je als je het voor het zeggen had onmiddellijk invoeren in het belang van jouw industrie of voor het land?
Overtoom:
‘Ik zou meteen aan de slag gaan met het achterstallig onderhoud van de infrastructuur, en dan met name de watergebonden infrastructuur: bruggen, sluizen, het gemaal. Het gemaal zorgt niet alleen voor droge voeten, het zorgt er uiteindelijk ook voor dat de sluis in het Noordzeekanaal functioneert. Die sluis is onze hoofdingang. Als die het niet doet, ligt alles stil. Verder zou ik vol inzetten op elektrificatie en de oplossing van het stikstofprobleem. Dit zijn eigenlijk de randvoorwaarden om te kunnen acteren als industrie op dit moment.’
Valk: ‘Ik kies als eerste voor duidelijkheid en rechtszekerheid. Dat is voor ons echt het allerbelangrijkste. We willen als sector weten waar we aan toe zijn. We hebben nu veel te veel te maken met onzekerheid. Alles staat ter discussie, tot de natuurvergunning aan toe. Als je 10 miljard investeert, is het belangrijk om te weten waar je rekening mee moet houden. Ten tweede moet er met spoed een level playing field komen binnen Europa. Landen om ons heen stoppen met allerlei heffingen, wij niet. Wij investeren in innovaties en maatregelen voor betere arbeidsomstandigheden, terwijl er in de rest van Europa weinig aandacht voor is. En daarmee weinig ontwikkeling in de markt of schaalvoordeel. Dat is niet vol te houden. En ten derde: ik hoor jou, Koen, zeggen dat we achterstallig onderhoud van de infrastructuur moeten aanpakken. Ik zou veel verder willen gaan. Nederland slibt dicht, dus we moeten veel verder gaan. We moeten fors investeren in wegen, waterwegen en spoorwegen. Ik hoop echt dat het nieuwe kabinet werk maakt van het doortrekken van de Noord/Zuidlijn van Amsterdam, via Schiphol, naar Hoofddorp. Dat is een cruciale investering in de infrastructuur die de Nederlandse economie enorm zal helpen.’
Baljeu: ‘Ik zou allereerst inzetten op energie en de infrastructuur daaromheen. Zodat we voor energie minder afhankelijk worden van soms dubieuze landen buiten Europa. En een gelijk speelveld voor het bedrijfsleven binnen Europa is inderdaad ook heel belangrijk. Het kan niet zo zijn dat bedrijven in België en Duitsland energiekortingen krijgen en bij ons niet. Tot slot zou ik graag een langetermijnvisie zien. Wat Europa nodig heeft, is een visie voor de komende 25 jaar. Dat geeft rust en duidelijkheid. 25 jaar, dat zijn twee of drie strategische rondes van grote internationale bedrijven. Zij hebben er recht op om te weten welke kant we opgaan en wat wel en niet mogelijk is.’

Nu kunnen we wachten op ‘Den Haag’ of ‘Brussel’, maar misschien kunnen bedrijven ook zelf iets doen. Wat zou dat kunnen zijn?
Overtoom:
‘We zijn volop bezig, zeker op het gebied van de energietransitie. Wij zijn nu voor een deel eigenaar van een windmolenpark, we hebben zonnepanelen, we hebben een energiecoöperatie opgericht en we zijn bezig met een eigen lagedrukwaterstofnetwerk. Maar waar we tegenaan lopen, is dat het echt heel moeilijk is om een goede businesscase te bouwen. We hebben een paar jaar geleden fors geïnvesteerd in een laadplein voor elektrische vrachtauto’s. Maar in de eerste anderhalf jaar zat de businesscase in de richting van het worst case scenario. Nu doet dat laadplein het ineens hartstikke goed. En dat komt omdat we nu vanwege stikstof- en aanbestedingsregels met zijn allen volop inzetten op emissieloos bouwen. Datzelfde zie ik nu gebeuren met het lagedrukwaterstofnetwerk. Ook dat gaan we voorfinancieren. Maar ik heb nog geen enkele klant. Dus zeg het maar: is dat verstandig?’


Doen jullie dat bij Schiphol ook, voorfinancieren?
Valk:
‘Wij pakken zeker onze rol. Ons investeringsplan is daar het beste voorbeeld van. Wij nemen verantwoordelijkheid. Op het gebied van waterstof zijn we aan het pionieren. Op regionale luchthaven Rotterdam The Hague Airport is recent een vloeibare waterstofopslag op het luchthaventerrein geopend. Een unieke plek voor onderzoek naar waterstof aangedreven luchtvaart. We zijn ook bezig om onze wagens die aan bird control doen op waterstof te laten rijden. Elektrisch is geen optie – dat is te zwaar in die drassige velden rond de start- en landingsbanen. Daar trekken we samen op met Toyota. We zijn ook bezig met sleeptrucks op waterstof. Maar ook hiervoor geldt: je hebt schaal nodig voor dit soort wagens. Als we dit alleen voor onze luchthaven doen, is het heel duur. En als de rest niet meedoet, hebben zij een concurrentievoordeel.’
Overtoom: ‘Het is ook eigenbelang. Waarom doen wij dat lagedrukwaterstofnetwerk? Omdat we met netcongestie geconfronteerd worden. Ik kan geen grond uitgeven zonder energievoorziening. Dus proberen we te diversifiëren in energiebronnen. Wij zijn nu ook bezig met een hoogspanningsstation in ons gebied. Om maar te kunnen versnellen. Maar let wel: dat station is pas over acht jaar klaar. Als alles meezit.’
Baljeu: ‘We moeten versnellen. Sneller vergunningen verlenen. Als één Europees land iets goed heeft gekeurd, dan hoeven de anderen dat werk niet helemaal over te doen. En de infrastructuur moet grensoverstijgend sterker. Waar het kan moeten we samen werken. En laten we eerlijk zijn: we zullen alle investeringen voortaan ook met een defensie-blik moeten doen. Europa moet meer aan weerbaarheid denken.’

Zijn we bang voor de risico’s?
Overtoom:
‘Dat is wel wat ik zie. We zitten soms eindeloos te onderhandelen over wie het risico wil of kan dragen. Laatst ben ik dagen bezig geweest met een hoge paal in het havengebied. Die paal moest om bepaalde redenen weg. Voor die klus – die hooguit twee uur in beslag neemt – werden 40 risico’s in kaart gebracht. Ik heb met vijf partijen zitten onderhandelen over de vraag wie het restrisico op zich nam. Dat is, denk ik, symbolisch voor deze tijd. We zijn extreem risico-avers geworden. Alles wordt dichtgetimmerd. Vroeger was het toch meer: jij neemt nu het risico, ik de volgende keer en als het misgaat, helpen we elkaar. Die systematiek is er allang niet meer. Het heeft ook met kennis te maken. Die is deels weggevloeid. Een loods met veel ervaring kijkt niet op van windkracht 8. Extra sleepboot erbij, geen probleem. Maar als je het aan theoretici overlaat, ligt bij windkracht 8 alles stil. Dan ga je aan de safe side zitten.’

Wat zijn goede voorbeelden van geslaagde samenwerking?
Baljeu:
‘De Tweede Maasvlakte is nog altijd het schoolvoorbeeld. Daar hebben politiek, bedrijfsleven en milieuorganisaties uitstekend samengewerkt. Al is het een heel lang traject geweest.’
Overtoom: ‘Ik denk dat Tata Steel op dit moment het beste voorbeeld is. Ik vind het heel stoer dat (demissionair) minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) miljarden heeft uitgetrokken voor de vergroening van Tata. Dat Hermans dat heeft aangekondigd, is echt belangrijk. Ik denk dat Tata hét voorbeeld kan worden van hoe je industrie verduurzaamt en behoudt. Ook met het oog op strategische autonomie is dat belangrijk.’

Deze tijd vraagt misschien ook om een ander soort leiderschap dan we gewend waren?
Valk:
‘Je moet geen mensen hebben die vasthouden aan hun oude ideeën, met meel in de mond praten of omfloerst hun verhaal vertellen. We hebben leiders nodig die de samenwerking zoeken en die hun kwetsbaarheden op tafel durven te leggen. Dat is allemaal best spannend. Zeker ook nu het steeds meer over persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders gaat.’
Overtoom: ‘Ik kijk met bewondering naar Alliander-ceo Maarten Otto, met wie ik samenwerk in onze energieprojecten. Hij durft zich kwetsbaar op te stellen. Hij heeft op een gegeven moment gezegd dat hij zijn corebusiness, het leveren van elektriciteit, niet meer kan doen door netcongestie. Dat is niet iets dat je makkelijk toegeeft als ceo. Dat probeer je lang te ontkennen. In alle eerlijkheid: ik denk dat meer bedrijven en organisaties in Nederland daar tegenaan lopen. Hij heeft dat opengebroken. Als je zoiets zegt, krijg je hulp.’

We worden geconfronteerd met grote uitdagingen. Wat hebben we nodig? En zien jullie positieve ontwikkelingen?
Baljeu:
‘We hebben een Marshallplan 2.0 nodig, een grote, overkoepelende visie op de toekomst van de Europese en Nederlandse industrie en economie. Voor het behouden van de industrie in Nederland en Europa en een sterke infrastructuur. We zitten echt op een scharnierpunt. We moeten allemaal onze schouders eronder zetten om de Nederlandse en Europese industrie concurrerend te houden.’
Overtoom: ‘Wat we vooral nodig hebben is een integrale blik. Er is behoefte aan een groot strategisch ruimtelijk plan. Wat gaan we doen? En waar gaan we beginnen? Waar wil ik mensen laten wonen, waar wek ik energie op, waar wil ik industrie?’
Baljeu: ‘Het positieve is dat we ons er in Europa heel erg bewust van zijn geworden dat het er nu vooral om gaat de goede omstandigheden voor het Europese bedrijfsleven te creëren. Ik zie een kentering. De doelstellingen voor verduurzaming zijn allemaal gesteld. Nu gaat het erom: hoe kunnen we het bedrijfsleven ondersteunen om concurrerend te blijven. Dat is in mijn ogen allemaal goed nieuws.’
Valk: ‘Zo is het. Ik ben ook positief gestemd. Dat zit ook in mij. Ik geloof er ook in dat we het voor elkaar kunnen krijgen met zijn allen. Schouders eronder, en laat het zien. Het kan wel. Iets meer die can do-mentaliteit. Wij gaan dus gewoon 10 miljard investeren. Punt. Wel of geen rechtszekerheid.’
Baljeu: ‘We hebben een klein beetje meer lef nodig. Als iedereen een beetje meer lef zou tonen, kwamen we net een stapje verder.’
Overtoom: ‘Het ontbreekt ons een beetje aan trots. Er zijn niet veel mensen trots op Tata, trots op de haven of trots op Schiphol. Die trots heb je wel nodig. Als je trots ergens op bent, voel je je verantwoordelijk en ben je bereid om risico’s te nemen. Als je niet trots bent, ga je je nek niet uitsteken. Die trots op waar Nederland zo goed in is, mag wel weer een beetje terugkomen.’

Reageren? Mail ons op redactie@scopebusinessmedia.nl

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 02 2026.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 03-02-2026

facebook

ManagementScope.nl gebruikt cookies

Voorkeuren

Basis

Basis cookies:
Scope Business Media anonimiseert de data van personen die op de site terechtkomen. Hierdoor heeft managementscope.nl nauwelijks persoonlijke data van onze websitebezoekers in beheer en mogen wij selecte datapunten verzamelen die geenszins aan u als persoon te koppelen vallen. Onder noodzakelijke cookies vallen alle datapunten die Scope Business Media gerechtigd is om te plaatsen zonder expliciete toestemming van de bezoeker. Dit betreft enkel volledig geanonimiseerde data die noodzakelijk is voor het functioneren van de site.

Compleet (aanbevolen)

Overige cookies, bij het kiezen voor ‘compleet’:
Onder de noemer ‘Overige cookies’ vallen cookies waarvoor wij expliciet toestemming van u nodig hebben. Hieronder vallen bijvoorbeeld onze marketing cookies die wij tevens volledig anonimiseren. Deze cookies zijn echter wel essentieel voor Scope Business Media, om ervoor te zorgen dat managementscope.nl kan blijven voortbestaan als site.

Cookie- en privacyverklaring