Jaska de Bakker: future of food ligt in combinatie natuur en wetenschap

Jaska de Bakker: <i>future of food</i> ligt in combinatie natuur en wetenschap
Toen scheidend FrieslandCampina-cfo Jaska de Bakker ruim vier jaar geleden begon bij het voedingsconcern, kende ze alleen melk, kaas en yoghurt. Inmiddels is ze vertrouwd met de hoogwaardige voedingssuplementen en farmaproducten die het concern produceert. ‘We zijn altijd bezig met innovatie, maar staan pas aan het begin van wat er allemaal mogelijk is.’

Jaska de Bakker is bezig aan haar laatste maanden als cfo bij voedingsconcern FrieslandCampina. Per 1 mei neemt Hans Janssen, nu nog financieel directeur van bouwbedrijf Heijmans, het van haar over. ‘Ik heb vandaag nog met hem geappt,’ zegt ze. Om maar aan te geven dat er alle tijd wordt genomen voor een zorgvuldige overdracht. Ruim vier jaar was De Bakker betrokken bij Friesland- Campina, waarvan de laatste drie als financiële topvrouw. In die vier jaar is heel veel veranderd op het terrein van duurzaamheid in de voedingsbranche. ‘Er is echt een heel grote verschuiving geweest,’ zegt ze in een gesprek met Randy Jagt, partner bij Deloitte en daar kartrekker van het Future of Food-platform. 

Wat is uw persoonlijke band met voeding?
‘Ik houd ontzettend van gezond eten en lekker eten. Gelukkig hoeft dat geen tegenstelling te zijn. Bovenal ben ik een zuivelliefhebber. Ik houd ervan om na het sporten een bakje kwark te eten en als gezin zijn we verslaafd aan Yoki. Dat gaat best ver. We zijn laatst van supermarkt veranderd, omdat onze vaste supermarkt de Yoki uit het assortiment had gehaald.’

Als u terugkijkt op de afgelopen vierenhalf jaar bij FrieslandCampina, wat heeft u dan het meest verrast op het terrein van voeding?
‘Toen ik hier begon, had ik eigenlijk geen idee wat je allemaal met zuivel kunt doen. Ik kende natuurlijk de bekende zuivelproducten melk, kaas en yoghurt, maar wat ik hier heb ontdekt is dat je een verscheidenheid aan producten kunt maken van zuivel. Er ging een wereld voor me open. Neem farmalactose. Dat is het witte bestanddeel in pillen. Farmalactose is feitelijk de drager van het medicijn. Wij maken dat in onze fabriek in Veghel en leveren farmalactose voor ongeveer de helft van alle pillen in de wereld. Of neem lactoferrine, ook uit onze fabriek in Veghel. Dat is een belangrijk ingrediënt in babyvoeding, met eigenschappen die de immuniteit vergroten. Ik was me er nooit van bewust dat al die stoffen in zuivel zaten en wat ermee mogelijk is. Het is ook ongelooflijk hoeveel voedingsstoffen er in een glas melk zitten. Er zit bijvoorbeeld evenveel calcium in als in anderhalf pond broccoli. Daar kun je niet tegenop eten.’

Hoe ziet de toekomst van voeding eruit?
‘De toekomst wordt bepaald door een combinatie van natuur en wetenschap. Door die twee te verenigen, kan FrieslandCampina grote stappen maken – dus met behulp van moderne technieken méér halen uit natuurlijke ingrediënten. We staan pas aan het begin van alle mogelijke ontwikkelingen. Ik noemde al een paar voorbeelden van wat mogelijk is met een op het oog eenvoudig zuivelproduct. Een ander mooi voorbeeld is ons nieuwe product Biotis SleepWell, een ingrediëntenmix met eiwit en prebiotica die in verschillende toepassingen helpt om de slaap te vatten. Eigenlijk is dat een doorontwikkeling van de oude vertrouwde kop warme melk. Ik denk dat we in de toekomst ook nog meer de kracht van de combinatie food en health gaan zien. Gezonde voeding kan preventief werken en bijdragen aan een gezonde levensstijl. Onze ingrediëntendivisie heeft ook een product gemaakt op basis van zuivel dat zorgt voor een sneller herstel na een medische ingreep. En met sportkoepel NOC*NSF hebben we een project lopen om olympische sporters te ondersteunen met speciaal voor hen ontwikkelde hoogwaardige voedingssupplementen op basis van melkwei. Zo zijn we altijd bezig met innovaties.’

Binnen Deloitte’s Future of Food-platform helpen we veel bedrijven om de benodigde veranderingen door te voeren op het gebied van duurzaamheid. Heeft u op het terrein van duurzaamheid veel zien veranderen de afgelopen jaren?
‘Er is echt een heel grote verschuiving geweest. Toen ik begon, hadden we nog een financieel jaarverslag en een apart jaarverslag over corporate responsibility. Dat is nu één geworden en dat is een significant verschil. Het betekent eenvoudigweg dat je wordt afgerekend op je duurzaamheids-kpi’s, dat er controlemechanismen zijn. Daarmee is duurzaamheid naar vrijwel alle thema’s die op het bordje van de cfo liggen doorvertaald.
We hebben ook de duurzaamheidscriteria doorgevoerd in het bonusbeleid voor onze top-100 en leggen al onze investeringsvoorstellen langs de duurzaamheidslat – in elke aanvraag moet glashelder beschreven staan wat de investering zou bijdragen aan duurzaamheidsdoelen. Het wordt steeds breder: ik ben nu ook bezig om opties te onderzoeken om bij de externe financiering duurzaamheidsdoelstellingen te betrekken. Ik wil duidelijk afspreken met verstrekkers van vreemd vermogen waar wij aan moeten voldoen. Met doelen waarop we af te rekenen zijn. Halen wij de doelstelling niet, dan heeft dat financiële gevolgen.’

Waar in de keten zit de winst?
‘Het mooie aan FrieslandCampina is dat we de hele keten onder onze hoede hebben, van gras tot glas. We proberen bij te dragen aan die hele keten. FrieslandCampina is een coöperatie, dus dat doen we samen met de ledenmelkveehouders. We stimuleren en helpen hen om hun bedrijven duurzamer te maken, met het plaatsen van zonnepanelen, windmolens en mestvergisters. Daarnaast zijn veel van onze ledenmelkveehouders bezig om op de boerderij het primaire proces duurzamer te maken, bijvoorbeeld door aanpassingen in de stallen of in de veevoeding.
Voor boeren moet dat natuurlijk ook financieel aantrekkelijk zijn. Daarom hebben we onder meer het concept On the way to PlanetProof ontwikkeld. Dat is een extern gecertificeerd keurmerk op de zuivelproducten van boeren die gelden als toppresteerder op het gebied van natuur, milieu en dierenwelzijn. Consumenten betalen iets meer, maar dat geld vloeit direct terug naar het erf en kan weer worden geïnvesteerd in nieuwe innovaties. Met ons duurzaamheidsprogramma Foqus planet kunnen boeren duurzaamheidspunten scoren. Die punten worden ook doorvertaald naar hun portemonnee. Met ingang van vorig jaar stelt Friesland- Campina daarvoor per jaar 24 miljoen euro extra beschikbaar.’

Vanuit Deloitte zien we dat er binnen de voedselsector en met name ook bij consumenten een groeiende roep is om transparantie. De consument wil weten wat hij eet, waar het product vandaan komt, hoe het is geproduceerd... Is er voldoende transparantie in de voedselketen?
‘Traceerbaarheid van producten wordt steeds belangrijker, inderdaad. Hoewel het altijd beter kan, zijn ook hier heel grote stappen gezet. Wij zijn in Azië gestart met het project TrackEasy, waarbij de consument via een QR-code op de verpakking van kindervoeding kan zien waar het product vandaan komt. Je kunt helemaal terug naar de boerderij van herkomst en naar de melkwagen waarmee de melk is vervoerd.
Intern bij FrieslandCampina hebben we volledig inzichtelijk gemaakt wat er in de keten gebeurt. Dat komt ook omdat we een directe band hebben met onze meer dan 11.000 aangesloten ledenmelkveebedrijven. Wij hebben direct de beschikking over actuele data van al onze melkveehouders. De leden zijn bij ons in een aantal gevallen ook verplicht om gegevens te leveren en bij te houden. Het eerste wat onze boeren zien als ze inloggen op ons ledenportal melkweb, zijn hun leverantiegegevens en hun duurzaamheidsprestaties. We hebben heel veel data beschikbaar. Sommige duurzaamheidsinformatie zouden we met het oog op transparantie best kunnen delen met consumenten, maar je komt dan al snel in de knel met de privacywetgeving.’

Natuurlijk is het altijd weer de vraag of er met duurzaamheid geld te verdienen is. U noemde al een aantal nieuwe diensten en producten die FrieslandCampina heeft ontwikkeld. Ik neem aan dat u ook waarde hecht aan wat die diensten en producten uiteindelijk opbrengen.
‘Zeker. We willen winnen in de markt, dat staat voorop. Maar dat is niet in tegenspraak met de duurzaamheidsdoelen, integendeel. Steeds meer klanten willen duurzame producten, al zien we ook verschillen wereldwijd. In Europa gaat het steeds meer over vergroenen, terwijl in Azië en Afrika andere thema’s van belang zijn. Daar is ondervoeding bijvoorbeeld nog altijd een groot probleem. Maar gezonde voeding toegankelijk maken voor grote groepen mensen, is uiteindelijk ook duurzaamheid. Het beschikbaar maken van gezonde en betaalbare voeding is niet voor niets opgenomen in de sustainable development goals van de Verenigde Naties. In Nigeria hebben we net Milky Pap op de markt gebracht, een premix voor de daar populaire maïspap met alle belangrijke voedingsstoffen. Betaalbaar en gezond. Daarmee zijn we dus op een andere manier duurzaam bezig.’

Samenwerking binnen en buiten de keten wordt steeds belangrijker. Staat dat bij u hoog op de agenda?
‘Absoluut. We werken veel samen met financiële instellingen, universiteiten en ngo’s, zoals het Wereld Natuur Fonds of Agriterra, en ook met andere bedrijven. We hebben een project lopen met chocolademaker Barry Callebaut met als doel om de CO2-uitstoot bij de productie van chocolade te verlagen. In de hele keten proberen we dan stappen te maken. Dat begint dan al bij het voer dat de koeien krijgen. Zo’n project levert weer allerlei nieuwe data en kennis op. Het is interessant om met totaal verschillende partijen aan tafel te zitten en op zoek te gaan naar oplossingen, zonder dat je daarbij concessies doet aan je eigen belang. Als dat alle partijen lukt, levert dat enorme winst op. Samenwerken is sterker dan aan de zijlijn roepen dat het allemaal anders moet.’

U neemt per 1 mei afscheid als cfo van FrieslandCampina. Waarom eigenlijk?
‘Ik had na ruim vier jaar het gevoel dat het tijd werd voor iets anders. Dat gevoel is vooral getriggerd doordat ik af en toe werd benaderd voor interessante commissariaten. Daar moest ik dan voor bedanken, simpelweg omdat de tijd ervoor mij ontbrak. Dat begon steeds meer te knagen. Uiteindelijk hebben we in goed overleg met de commissarissen de knoop doorgehakt. Vorig jaar ben ik commissaris geworden van The Ocean Cleanup en dat smaakt naar meer. Het lijkt me leuk om mijn ervaring nu verder in te zetten in andere toezichthoudende functies. Dus daar ga ik me de komende periode op richten.’

Waar gaan we u tegenkomen?
‘Och, het is nog te vroeg om daar iets over te zeggen. Ik ben me nog aan het oriënteren. De maakindustrie vind ik heel interessant. Ik ben daarnaast vooral geïnteresseerd in internationaal opererende bedrijven, zeker wanneer die bedrijven bijdragen aan de energietransitie of het verminderen van plasticvervuiling.’

U wordt als cfo bij FrieslandCampina opgevolgd door Hans Janssen, nu nog cfo bij Heijmans. Welke hoofdpijndossiers laat u voor hem achter?
‘Er is al een hoop in gang gezet waar hij op voort kan bouwen. In 2018 is onze nieuwe strategie gepresenteerd, gevolgd door de nieuwe duurzaamheidsstrategie eind vorig jaar. Dat wordt nu allemaal versneld uitgevoerd, ook vanwege de coronacrisis. We zijn dus op korte termijn in een transformatie, maar tegelijk kijken we naar de lange termijn. In 2050 willen we klimaatneutraal zijn. Dus er is zeker werk aan de winkel. Verder zal ook hij zich moeten bezighouden met de herziening van de financieringsstructuur die toekomstbestendig moet zijn in tijden van vergrijzing van ons ledenbestand. Hans kan aan de bak. Maar ik weet zeker dat hem dat gaat lukken.’

Wat gaat u missen?
‘Met name toch het contact met de boeren, onze leden. Dat maakt het werk van een cfo bij FrieslandCampina heel bijzonder. De ene dag sta je in een omgebouwde discotheek in de Achterhoek een grote groep melkveehouders toe te spreken en een dag later zit je met kredietbeoordelaar Standard & Poor’s te praten over je rating. Letterlijk en figuurlijk in een andere taal. Maar dat contact met de boeren is het mooist. Een tijdje terug was ik bij een melkveehouder waar net een kalfje was geboren. Ik was de eerste die het beest melk mocht geven. Het kalfje is toen Jaska 1 genoemd. Hoe leuk is dat? Toen ik bekendmaakte dat ik ging vertrekken bij FrieslandCampina mailde die melkveehouder me: hoe moet ik dit nou aan Jaska 1 vertellen? Ja, dat zijn dierbare herinneringen. Maar het is nu tijd voor iets anders. Hoe dan ook: de Yoki zal me aan FrieslandCampina blijven herinneren.’

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 02 2021.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 30-11--0001

facebook