René Maatman pleit voor meer eerlijkheid rondom het pensioen

René Maatman pleit voor meer eerlijkheid rondom het pensioen
Stefan Duran praat met betrokkenen over hun visie op het nieuwe pensioenstelsel. Deze keer doet hij dat met René Maatman, hoogleraar vermogensbeheer en pensioenvraagstukken aan de Radboud Universiteit. Het creëren van voldoende draagvlak vormt volgens de pensioenspecialist de grootste uitdaging. ‘Hoe kunnen we aannemelijk maken dat het nieuwe stelsel beter is dan het bestaande? Hoe zorgen we ervoor dat mensen vertrouwen houden zonder de details te hoeven kennen en te begrijpen?’

Het heeft even geduurd, maar jarenlang discussiëren heeft dan uiteindelijk geleid tot een consultatiedocument, dat de basis vormt van het nieuwe pensioenstelsel. Pensioenuitkeringen zijn niet langer gegarandeerd. Alle pensioendeelnemers hebben straks hun eigen pensioenpot. Werkgevers kunnen niet langer opdraaien voor mogelijke pensioentekorten. René Maatman, die in 2004 promoveerde op het proefschrift Het pensioenfonds als vermogensbeheerder, en onder meer tot december 2020 als partner bij De Brauw Blackstone Westbroek adviseerde over pensioenvraagstukken, is verheugd dat de pensioendiscussie heeft geleid tot een uitkomst, waarin wordt erkend dat pensioenen voorwaardelijk zijn. Maar het had volgens de pensioenspecialist niet zo lang hoeven te duren. Als het aan Maatman had gelegen, was de uitkomst ook veel eenvoudiger geweest. Nu dreigt een nieuw complex pensioenstelsel, dat moeilijk kan worden uitgelegd. ‘Het creëren van voldoende draagvlak wordt nog een hele uitdaging.’

Bent u verheugd over de komst van een nieuw pensioenstelsel?
‘Positief is dat het stelsel een oplossing biedt om financiële schokken te kunnen opvangen. Dat is een erkenning van de onzekere wereld waarin we leven. Schokken kunnen ook het gevolg zijn van levensverwachting. Pensioen is levenslang, dus met een stijgende levensverwachting nemen pensioenverplichtingen toe. Het is goed dat ook dit in de nieuwe plannen is geregeld, maar het had allemaal eerder en eenvoudiger gekund. Tien jaar geleden lag er al een ontwerp voor een nieuwe Pensioenwet op de tekentafel, dat is weggezet als casinopensioen. Nu, tien jaar later, is er het inzicht dat die eerdere oplossing zo gek nog niet was. Die was eenvoudiger te implementeren dan wat nu is bedacht. We hadden mogelijk met minder ingrijpende wetswijzigingen kunnen volstaan. Het was blijkbaar moeilijk om terug te keren naar een ontwerp dat eerder is afgewezen. Dan zou worden erkend dat we tien jaar hebben verspeeld.’

Het nieuwe stelsel is eigenlijk helemaal niet nodig?
‘Inderdaad, als we met zijn allen erkennen dat een pensioen een voorwaardelijk product is. Dat is de laatste tien jaar niet geprobeerd. We hebben de indruk gewekt dat er zekerheden zitten in pensioenen. Kortingen zijn ontlopen en vooruitgeschoven. De simpelste oplossing zou zijn geweest om dichter bij het huidige stelsel te blijven, maar om te erkennen dat pensioenrechten voorwaardelijk zijn. Maar dat plan van tien jaar geleden is afgeschoten en toen hebben we de verharding en polarisatie gekregen rond de rekenrente. Pensioenen zijn niet gegarandeerd, ook vroeger niet, maar het wordt anders beleefd.’

Nu gaan we naar een vergelijkbaar model, alleen met een andere insteek.
‘In beide gevallen is het nodig duidelijk te maken dat er geen garanties zijn. Er zal acceptatie moeten zijn dat pensioenen voorwaardelijk zijn omdat de wereld onzeker is. Financiële schokken zullen we daarom als collectief moeten dragen. We hebben helaas niet ons best gedaan om dat aan de mensen duidelijk te maken, want dat is een vervelende boodschap. De boodschap wordt nu verpakt in iets groots en meeslepends in de vorm van een stelseltransitie.’

Wat is de grootste uitdaging om deze grote pensioenverandering te doen slagen?
‘Communicatie en het creëren van voldoende draagvlak vormen de grootste uitdaging. Hoe kunnen we aannemelijk maken dat het nieuwe stelsel beter is dan het bestaande? Hoe zorg je ervoor dat mensen vertrouwen houden zonder de details te hoeven kennen en te begrijpen?
Het is uiterst lastig om vertrouwen te kweken in iets dat zo ingewikkeld is. Neem bijvoorbeeld de invaarproblematiek: de overgang van oude rechten naar het nieuwe systeem. Volgens de plannen gebeurt dat gedwongen. Individuele deelnemers hebben niet de keuze om nee te zeggen. Hierdoor ontstaat bij veel deelnemers het gevoel dat er iets van hen wordt afgepakt, zonder dat zij daar iets van mogen vinden. Er is al een groot probleem om het vertrouwen in het nieuwe pensioensysteem te versterken en dan begin je ook nog eens vanuit een achterstandspositie.’

Is het beter om mensen te laten kiezen of zij oude pensioenrechten omzetten?
‘Dat is inderdaad een goed idee, mits duidelijk wordt uitgelegd wat de consequenties zijn. Tegen bestaande deelnemers zal moeten worden verteld: “Als u de aanpassing niet wenst, dan houdt u het huidige pensioencontract, maar dat kan tot een mager pensioen leiden.” Keuzevrijheid betekent ook dat pensioenfondsen in staat moeten zijn om twee contracten tegelijk uit te voeren, waarbij vermogens gescheiden blijven, zodat ongewenste kruissubsidiëring wordt vermeden.
In zekere zin doet keuzevrijheid denken aan de moeilijke keuze die een medisch specialist aan een patiënt kan voorleggen. Wordt er wel of niet geopereerd? De patiënt moet goed begrijpen dat aan beide keuzes risico’s kleven. Toen ik in 2004 nadacht over mijn proefschrift wees mijn promotor al op de parallellen tussen de medische en pensioenpraktijk. De relatie in de pensioenwereld tussen opdrachtgever – de pensioendeelnemer – en opdrachtnemer – het pensioenfonds – doet sterk denken aan de relatie tussen patiënt en medicus. Wanneer doet een arts of pensioenfonds het goed? Hoe wordt omgegaan met de informatie-asymmetrie? Hoe doen wij recht aan het principe dat de patiënt en de pensioendeelnemer zelf over hun toekomst gaan?’

Wat kan de pensioenmarkt leren van de medische praktijk?
‘Dat er meer erkenning moet zijn voor het feit dat zoiets als pensioenuitvoering, net als het werk van medici, specialistenwerk is. We moeten oppassen dat wij niet te veel vragen van pensioendeelnemers. Je zegt toch ook niet tegen de hartchirurg hoe hij moet snijden? Die kant lijkt het nu wel op te gaan met het nieuwe pensioenstelsel. Een pensioenfonds moet in de eerste plaats loyaal zijn aan de belangen van de pensioendeelnemers, maar erken ook dat het bij pensioenfondsen om specialistenwerk gaat. Deskundige mensen moeten zorgen dat pensioendeelnemers een zo goed mogelijk pensioen krijgen.’

Toch is de pensioenmarkt in de afgelopen jaren enorm geprofessionaliseerd. Is de pensioenmarkt klaar om de medische specialistenrol te pakken in deze majeure operatie?
‘Het antwoord begint met de vraag wat de toegevoegde waarde van een pensioenfonds is. Waartoe zijn ze op aarde, wat is de doelstelling? In de huidige situatie lijkt het erop dat pensioenfondsen enkel nog uitvoerders zijn. Pensioenfondsen zullen hun doelstelling duidelijk moeten opschrijven en bewijzen. Vervolgens kan er worden nagedacht hoe daaraan uitvoering te geven.
In de komende jaren, ook na de transitie, wordt zoveel gevraagd van de betrokken partijen – pensioenfondsen, verzekeraars en pensioenuitvoerders – dat scherp moet zijn gedefinieerd wie welke taak krijgt in de pensioeninfrastructuur. Zeker is dat er een veel groter beroep zal worden gedaan op de zorg- en communicatieplicht.
Daarnaast kan ik me goed voorstellen dat pensioenuitvoeringsorganisaties deelnemers in de toekomst helpen bij hun financiële planning. Hoe pensioen past bij een eigen huis en hypotheek, persoonlijke verplichtingen – denk aan alimentatie – en zorg. Juist pensioenuitvoeringsorganisaties zijn goed toegerust om daarin te voorzien. Zij zouden daarom een vergunning moeten kunnen aanvragen om een breder financieel pallet te kunnen aanbieden.’

Een nieuw stelsel heeft impact op de governance van pensioenfondsen. Wat gaat er veranderen? ‘Op basis van de huidige plannen lijkt een pensioenfonds een soort beleggingsfonds te worden met speciale verdeelregels. Daarmee is het pensioenfonds alleen nog maar een financiële instelling. Maar je kunt betogen dat een pensioenfonds ook een instrument moet zijn om solidariteit te organiseren, om individuen die kwetsbaar zijn te beschermen tegen financiële schokken. Dat heeft de Belgische hoogleraar Frank Vandenbroucke scherp gezien in zijn advies bij het pensioenakkoord. Volgens hem is solidariteit in Nederland een vies woord geworden. Hij verbaast zich daarover, want volgens hem is solidariteit het cement van de samenleving. Als pensioenfondsen niet langer met vermogens kunnen schuiven om de kwetsbaren te beschermen, dan kan de vraag worden gesteld wat hun toegevoegde waarde nog is.
Het pensioenfonds als financiële instelling of als organisator van solidariteit vraagt om verschillende vormen van governance. Mochten pensioenfondsen hun verbindende functie houden, dan moet het bestuur over voldoende kwaliteit beschikken, zodat solidariteit niet ontaardt in willekeur en schimmige besluiten. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de rekening wordt gelegd bij de partijen die het minste piepen.’

In het nieuwe pensioencontract moet een solidariteitsreserve komen die maximaal 15 procent van het pensioenfondsvermogen omvat. Solidariteit wordt niet overboord gegooid.
‘Dat klopt, maar het lijkt erop alsof de sociale partners en niet de pensioenfondsen mogen bepalen hoe die reserve wordt verdeeld. Dat is vreemd, want als pensioenfondsen voor het verbindende element moeten zorgen, dan zouden zij ook die verantwoordelijkheid moeten hebben. Timmer je solidariteit dicht met regels, dan is het pensioenfonds niet meer nodig. Ik zeg: geef pensioenfondsen de discretionaire vrijheid om evenwichtig met overschotten en tekorten om te gaan.’

De grote werkgevers hebben hun eigen belangen. Zij willen vooral geen onvoorziene financiële ellende.
‘Grote werkgevers hebben inderdaad de neiging om het pensioen te benaderen als een financieel contract. Dat geeft duidelijkheid ten aanzien van de eigen verplichtingen en de loonruimte. Zij zitten niet te wachten op gewekte verwachtingen die zij moeten honoreren als de werkelijkheid minder positief uitvalt. Zij willen duidelijkheid over de kosten, dus enkel een premieverplichting. Niet meer, niet minder. Want dan kunnen zij zich 100 procent richten op de eigen business in plaats van het erbij runnen van een pensioenfondsbalans. Als het aan de werkgevers ligt, dan moeten pensioenfondsen op eigen benen staan. Dan blijft de vraag open of een pensioenfonds een financiële onderneming is of nog steeds tevens een sociale doelstelling heeft. Als wordt gekozen voor dat laatste, iets wat mijn voorkeur heeft, dan moet het zo worden ingericht dat het niet tot onvoorziene risico’s voor werkgevers leidt. Ik begrijp heel goed dat zij niet eigenaar willen zijn van mogelijke pensioenproblemen. Is dat wel het geval, dan zullen werkgevers de pensioenverplichtingen op hun balans moeten nemen. Dat willen zij niet. Toch zou je willen dat het pensioenfonds de kwetsbaren bescherming kan bieden tegen de grillen van de markten.’

Er moet nog het nodige worden geregeld?
‘Wat ik positief vind, is dat het probleem van de rekenrente is opgelost; daar wordt erkend dat pensioen onzeker is. De vraag of het anders, beter en makkelijker zou kunnen, is een gepasseerd station. Maar er is nog een hele weg te gaan, totdat het nieuwe stelsel er is. Er is nu nog niet meer dan een consultatiedocument. We doen allemaal of een nieuw stelsel al werkelijkheid is, maar het moet eerst nog een wetsvoorstel worden en dan kan de behandeling in de Kamer pas beginnen. Er is nog veel ruimte om te veranderen. Volgens mijn inschatting zal het wetsvoorstel er heel anders uitzien dan het consultatiedocument. Vervolgens komen daar nog de wijzigingen van de Kamer bovenop. Ik hoop dat de dilemma’s, zoals in dit interview besproken, in de verdere behandeling goed worden begrepen. Ook is belangrijk dat nu wordt begonnen met de transitie, want implementatie ervan is geen sinecure, ook al zijn veel details nog niet uitgewerkt.’

Wat zou een goed plan van aanpak zijn om de puntjes op de i te zetten?
‘In de ontwerpwet is de hele pensioentransitie beschreven als een volgtijdelijk proces. Eerst moeten de sociale partners een transitieplan maken, vervolgens moeten pensioenuitvoerders met een implementatieplan komen en daarna volgt de uitvoering. Pas in een laat stadium komt er duidelijkheid over wie wat betaalt. De herverdeling van het pensioenfondsvermogen en de beschikbaarheid van compensatie hangen vooral af van de wijziging van bestaande pensioenopbouw, dus van het succes van invaren. Compensatie is de sluitsteen van de transitie. Die brengt en houdt het geheel bij elkaar. Het wordt ook een iteratief proces genoemd. Sociale partners en het pensioenfonds pingpongen en kunnen op een bepaald moment niet meer terug.
Volgens mij zou het beter zijn om er een simultaanproces van te maken, waarbij het uiteindelijk tot een closing van de transactie komt, vergelijkbaar met overnames en fusies. Sociale partners en pensioenfondsen stellen vast hoe ze het gaan doen. Daarvoor is nodig dat er duidelijkheid is over de hoofdlijnen: de gewijzigde pensioenovereenkomst en het beoogde pensioenresultaat, over compensatie en de regels die gelden voor de solidariteitsreserve. Als sociale partners en het pensioenfonds simultaan hun eigen besluitvorming doorlopen met inachtneming van hun eigen governance, doen we recht aan de belangen van álle betrokkenen.’

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 09 2021.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 27-10-2021

facebook