De nevenfunctie van Thessa Menssen

De nevenfunctie van Thessa Menssen
In deze rubriek vertellen bestuurders en commissarissen over nevenfuncties die zij vervullen, en hoe zij in balans blijven. Thessa Menssen is toezichthouder bij onder andere Alliander, Ordina en FMO en ook toezichthouder bij Kröller-Müller Museum en Het Scheepvaartmuseum.

U heeft een aardig portfolio aan toezichthoudende functies. Hoe heeft u de selectie gemaakt?
‘Ik moet vooral iets hebben met de organisatie en de tak van sport waarin de organisatie actief is. Ik houd van een divers portfolio en vind het leuk als er link is met de actualiteit. Mijn commissariaat bij Alliander is bijvoorbeeld interessant en relevant vanwege de energietransitie. Aan de andere kant kies ik organisaties die me na aan het hart liggen. Ik ben opgegroeid in Ede, aan de rand van de Veluwe, dus Kröller-Müller is dan natuurlijk een cadeau. En Het Scheepvaartmuseum heeft een duidelijke link met mijn eigen maritieme verleden en dat van mijn vader.’

Uw vader was kapitein op de grote vaart, uw moeder nam de opvoeding grotendeels voor haar rekening. In hoeverre heeft dat invloed gehad op hoe u bijvoorbeeld tegen man/ vrouw-verhoudingen aankijkt – een kwestie waarover u zich altijd gepassioneerd uitlaat?
‘Mijn vader is mijn grote voorbeeld. Hij was vaak op zee, maar toch heb ik niet het gevoel dat hij een afwezige vader was. Ik heb veel bewondering voor hoe hij in het leven stond. Het begrip “verantwoordelijkheid” zat diep in zijn genen. Hij stond vierkant achter elke keuze die ik maakte, ook toen ik als meisje werktuigbouwkunde ging studeren. Hij was altijd een beetje conservatief als het over man/vrouw-verhoudingen ging. Maar ik denk dat hij mede door mij een draai van 180 graden heeft gemaakt. Dat vind ik nog steeds zo moedig van hem.’

U gebruikte zojuist het begrip ‘tak van sport’, refererend aan uw bedrijfsactiviteiten. Wat vindt u van de vergelijking tussen bedrijfsleven en sport?
‘Ja, daar kan ik wel wat mee. Ik houd van alle sporten, maar vooral van teamsporten. Ik zie ook wel verschillen met de topsport. Een topsporter gaat altijd voor 100 procent. In het bedrijfsleven probeer je dat ook te doen, maar daar hoor je toch ook rekening te houden met bijvoorbeeld de work-life balance van medewerkers.’

Wat doet u zelf om mentaal en fysiek fit te blijven?
‘Mentaal blijf ik fit door verscheidenheid in mijn werkzaamheden te zoeken en door nieuwe uitdagingen aan te gaan. Een nieuwe context zorgt voor nieuwe energie. Om mezelf fysiek in vorm te houden, laat ik me uitdagen door een personal trainer. Ik had laatst met haar een discussie over wat een goede manier van coachen is. Zij maakte het onderscheid tussen coachen op “net niet” en coachen op “bijna wel”. Fysiek gezien is dat ongeveer hetzelfde moment, alleen voelt het anders. Dat vond ik mooi gezegd. Ik ben van het “bijna wel”.’

En hoe ontspant u zich?
‘Door op vakantie te gaan naar Italië. Ik houd van de passie van de Italianen. Hun uitgebreide verhandelingen over waarom hun pasta perfect is.’


Dit artikel is gepubliceerd in Management Scope 01 2022.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 15-12-2021

facebook