Analyse Top-100 Corporate Vrouwen 2026: Topvrouw, bemoei je ermee

Analyse Top-100 Corporate Vrouwen 2026: Topvrouw, bemoei je ermee
Miriam van Dongen is wederom de invloedrijkste vrouw van corporate Nederland. Wat opvalt, is dat ‘onze’ 100 vrouwen niet erg zichtbaar zijn – wat toch broodnodig is aangezien het in ons land nog steeds niet opschiet met man-vrouwbalans in de top van het bedrijfsleven. Kennelijk voelen de Corporate Vrouwen weinig behoefte om zich in het openbaar uit te spreken over bepaalde maatschappelijke of zelfs corporate vraagstukken. Of… krijgen ze de kans niet?

Miriam van Dongen is net als vorig jaar de invloedrijkste vrouw in het Nederlandse bedrijfsleven. Van Dongen, ‘beroepscommissaris sinds 2009’, voert voor het tweede jaar op rij de Top-100 Corporate Vrouwen aan, de jaarlijkse, toonaangevende ranglijst van Management Scope van de invloedrijkste (of zo u wilt: belangrijkste of machtigste) vrouwen in het Nederlandse bedrijfsleven. Opvallend: voor het eerst sinds 2018 daalt de gemiddelde leeftijd van de vrouwen in de lijst. Ook neemt het aantal buitenlandse corporate vrouwen toe. Verder signaleren we een opmerkelijke opmars van de cfo. Zo zijn alleen al vier van de nieuwe binnenkomers financieel directeur en heeft nog een behoorlijk groot aantal andere vrouwen in de lijst een financiële achtergrond.

Maar eerst natuurlijk wat welverdiende aandacht voor het erepodium van dit jaar, dat goed is voor gezamenlijk meer dan een eeuw aan bestuurlijke ervaring. Het vertoont enige gelijkenissen met het podium van vorig jaar. Op het hoogste treetje staat dus Miriam van Dongen, die haar positie en haar punten in deze ranglijst net als vorig jaar vooral te danken heeft aan drie zware commissariaten: bij Rabobank, verzekeraar Achmea en handelsbedrijf Optiver.
In een interview vorig jaar met dit magazine, ter gelegenheid van haar topnotering toen, ging Van Dongen in op haar werk in de rvc. Ze hield vooral een pleidooi voor het adviesdeel van de commissarissentaak: ‘Ik denk dat bestuurders in deze onzekere tijden meer dan ooit behoefte hebben aan een sparringpartner die mee- en vooruitdenkt. Toetsing achteraf blijft nodig, maar de dialoog vooraf is heel belangrijk.’ Met haar financiële achtergrond (zie kader hieronder), staat Van Dongen symbool voor de opkomst van 'financiële vrouwen’ in deze lijst. Maar daarover later meer.

Miriam van Dongen: Onzekerheid omarmen

‘Juist omdat we het niet allemaal weten, is het een heel boeiende tijd’, zei Miriam van Dongen vorig jaar in dit magazine, toen zij voor de eerste keer de Top-100 Corporate Vrouwen aanvoerde. Een rvc moet deze onzekerheid dan ook omarmen, zei ze: ‘We moeten durven om het “niet weten” te normaliseren en het te benoemen als iets moeilijk of spannend is. Ik vind dat een rvc niet zelfgenoegzaam mag zijn.’ Om eraan toe te voegen: ‘Mijn uitgangspunt is dat de rvb recht heeft op een goede rvc. Dat impliceert dat we niet alleen kritische vragen moeten stellen aan bestuurders. Laten we net zo kritisch blijven kijken naar onszelf en onze way of working.’

Voor het tweede opeenvolgende jaar is Miriam van Dongen de invloedrijkste vrouw in het Nederlandse bedrijfsleven. De ‘beroepscommissaris’ of ‘professioneel toezichthouder’ is medeverantwoordelijk voor de koers van bedrijven en organisaties als Rabobank, Achmea en handelsbedrijf Optiver. Dat combineert ze met adviesrollen in de financiële sector: bij het private equity-kantoor BlackFin Capital Partners en bij investeringsfonds uMunthu Investment Company. Ook opkomende bedrijven weten haar te vinden. Zo werd ze afgelopen najaar voorgedragen als waarnemend lid van de rvc van het Nederlandse Bitcoin-treasurybedrijf Treasury.

Van Dongen heeft een duidelijke visie op het toezichthoudende werk. In het interview met Management Scope zei ze onder meer dat het rvc-werk aan revisie toe is: ‘We moeten ons toezicht herijken en onze rol in een nieuwe context durven te plaatsen. De klassieke toezichtrol blijft belangrijk, maar er moet meer nadruk op de adviesrol komen te liggen.’ In datzelfde interview hield ze een pleidooi voor meer doorstroming in de rvc: ‘Ik vraag me af of de samenstelling van de rvc niet vaker en sneller zou moeten veranderen nu de wereld zo snel verandert. (...) Misschien zou je een kwart van je commissarissen voor maximaal vier jaar moeten benoemen en daarna vervangen. Dan kun je veel beter de expertise inbrengen die op dat moment nodig is.’

Van Dongen studeerde bedrijfseconomie aan Tilburg University. Haar professionele wortels liggen diep in de financiële sector. Ze begon haar carrière bij IRIS, het voormalige onderzoeksbureau van Rabobank en Robeco, en werkte vervolgens bij McKinsey. Daarna vervulde zij uiteenlopende financiële topfuncties bij onder meer Delta Lloyd en Achmea, waar zij cfo was. Bij organisaties als Achmea, PGGM, Mollie, Kadaster en Rabobank werd ze als toezichthouder specialist in audit-, risico- en governancevraagstukken. Toch is haar profiel breder dan dat van een klassieke financieel toezichthouder. Ze wordt ook geroemd om haar vermogen om strategische ontwikkelingen te verbinden aan maatschappelijke veranderingen.
Volgens Van Dongen vraagt de huidige tijd om commissarissen die scenario’s kunnen doordenken, onzekerheid durven benoemen en tegelijk rust en richting bieden. In haar werk als toezichthouder staat steeds dezelfde vraag centraal: hoe blijft een organisatie toekomstbestendig in een wereld die steeds sneller verandert? Van Dongen: ‘De commissaris van nu moet eigenlijk al de competenties hebben die in de toekomst nodig zijn.’ Ze ging ook in op wat die competenties dan zijn: ‘Op de eerste plaats staat voor mij beweeglijkheid: het vermogen om je flexibel op te stellen binnen je toezichthoudende en adviserende rol en snel op veranderingen in te kunnen spelen. Inhoudelijk sterk zijn staat ook hoog op het lijstje. En verder empathie, risicogerichtheid, scenario-gedrevenheid, onafhankelijkheid, en het vermogen om rust, richting, vertrouwen, wijsheid en optimisme te bieden in een snel veranderende wereld.’ Het zijn precies deze kwalificaties die Van Dongen de nummer 1-positie in deze lijst opleveren.



Eerst de rest van het podium van editie 2026. Ook de nummer 2 is een stabiele factor, want het zilver is net als vorig jaar voor multicommissaris Pauline van der Meer Mohr, commissaris van onder andere NN Group, Ahold Delhaize en ASM International (waar ze voorzitter is van de rvc). Ze houdt ook toezicht op museum het Mauritshuis. Net als Van Dongen draait Van der Meer Mohr al lange tijd mee in toezichthoudende rollen. Een aantal jaar geleden ging ze in Management Scope in op de verschillen tussen toen en nu: ‘Er wordt tegenwoordig echt anders gekeken naar de verantwoordelijkheden van een rvc. 15 jaar geleden waren die grotendeels beperkt tot wat er juridisch van een rvc werd verwacht, nu gaat het meer om de rol die een bedrijf speelt in de maatschappij en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bestuurders en commissarissen die daarbij hoort.’

De derde plaats is eveneens voor een oude bekende in deze lijst: Petri Hofsté. Hofsté voerde de Top-100 Corporate Vrouwen maar liefst zeven keer aan. Vorig jaar zakte ze plots naar de 56ste plaats. Dat had alles te maken met haar vertrek uit de rvc van Rabobank. Vorig jaar voorspelden we ook al haar verwachte rentree in de top van deze ranglijst, vanwege haar benoeming in de rvc van ING; die viel vorig jaar net buiten de peildatum, maar telt nu volop mee. Medio jaren ’90 stapte Hofsté al in haar eerste toezichthoudende rol, bij Blijf van mijn Lijf Amsterdam (tegenwoordig Blijf Groep). In een interview met Management Scope concludeerde ze dat de relatie tussen bestuur en toezichthouders de afgelopen decennia evenwichtiger is geworden: ‘Bestuurders realiseren zich dat goed toezicht ook in hun belang is. Ze willen daarom een rvc die kritisch meedenkt, die reflecteert, die waarde toevoegt. Er wordt heus nog wel gemopperd over lange vergaderingen of herhaling van onderwerpen, maar dat zijn organisatorische kwesties. De intentie is anders: er is openheid en bereidheid om samen verantwoordelijkheid te dragen vanuit verschillende rollen en taken. Bestuurders en commissarissen zijn steeds meer partners in het realiseren van continuïteit en waardecreatie.’

Tweebenige vierde
Voor het echte vuurwerk en de echte verrassingen moeten we net even buiten de top-3 kijken, want op nummer 4 staat Roelien Ritsema van Eck (zie het kader hieronder). Ritsema van Eck is tevens de hoogstgenoteerde executive in de lijst. Het grootste deel van haar werkweek is ze voorzitter van de raad van bestuur van woningcorporatie de Alliantie. Daarnaast weet ze ook geregeld een dagdeel vrij te maken voor non-executive rollen bij onder meer Univé en ABN AMRO Hypotheken Groep. ‘Dat ik executive en non-executive ben, maakt dat ik me goed kan inleven in het bestuur en goed weet waarmee een bestuurder op dagelijkse basis te maken heeft’, zei ze eerder dit jaar tegen ons over die combi. En: ‘De toegevoegde waarde zit ook in het feit dat ik “tweebenig” ben, en actief bij zowel publieke als private organisaties.’


Roelien Ritsema van Eck: De kracht van rolmodellen

Roelien Ritsema van Eck, voorzitter van de raad van bestuur van woningcorporatie de Alliantie en toezichthouder van onder meer Univé en ABN AMRO Hypotheken Groep, heeft een missie: vrouwen verder helpen. Hoe? Door bijvoorbeeld een rolmodel te zijn voor anderen. In een interview eerder dit jaar zei ze tegen Management Scope: ‘Binnen onze eigen organisatie is het mij opgevallen hoe vooral jonge vrouwen me laten weten dat ze het heel inspirerend vinden dat ik – als vrouw met drie tienerdochters – nu op deze plek zit. Ik geloof heel erg in de kracht van rolmodellen en ik drink zowel binnen als buiten de organisatie regelmatig kopjes koffie met vooral vrouwen, om hen een duwtje in de rug te geven.’
Op LinkedIn deed ze er nog een enthousiaste oproep bovenop: ‘Ik zou jonge mensen – en zeker jonge vrouwen – die een functie in een rvc of een rvt willen vervullen, echt een hart onder de riem willen steken. Begin er gewoon aan, en neem de tijd om te luisteren en wijzer te worden.’

Ritsema van Eck, de hoogste nieuwe binnenkomer in de Top-100 Corporate Vrouwen (nr. 4), behoort tot een generatie bestuurders die maatschappelijke betrokkenheid moeiteloos combineert met financiële deskundigheid en strategisch inzicht. Als bestuursvoorzitter van de Alliantie staat zij aan het hoofd van een van de grootste woningcorporaties van Nederland, actief in onder meer Amsterdam, Almere, Amersfoort en de Gooi- en Vechtstreek.
Ritsema van Eck studeerde bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en vervolgde haar opleiding met een master International Management aan Oxford Brookes University. Haar professionele loopbaan begon in de financiële sector, waar zij zo’n 18 jaar werkzaam was bij ABN AMRO. Na haar jaren in het bankwezen maakte Ritsema van Eck de overstap naar het college van bestuur van Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2020 trad zij toe tot het bestuur van de Alliantie, waar ze per 1 november 2025 werd benoemd tot bestuursvoorzitter, als opvolger van Rob Haans. De raad van commissarissen noemde haar benoeming ‘een logische keuze’ en prees haar als een ‘verbinder pur sang’. Zelf sprak zij over ‘een grote eer’ en benadrukte zij het belang van samenwerking bij het aanpakken van de enorme woningbouwen duurzaamheidsopgaven van deze tijd.
En zoals collega-commissaris Miriam van Dongen (nr. 1 in de Top-100 Corporate Vrouwen) het ‘niet weten’ omarmt, zo omarmt Ritsema van Eck ‘de twijfel’: ‘Ik denk dat twijfel heel gezond is in dit complexe tijdsgewricht, al is het natuurlijk evident dat bijvoorbeeld een crisissituatie om snelle besluitvorming vraagt.’



In de tweede helft van de top-10 zijn er ook flink wat opvallende verschuivingen. Zo stoomt Marike Bonhof (cfo van Ymere en commissaris van onder meer Stedin) op van nr. 8 naar nr. 5. Nog opvallender is de opmars van Bianca Tetteroo (van nr. 24 naar nr. 8) en van Manon van Beek (van nr. 21 naar nr. 9). Tetteroo, onder andere ceo van Achmea Holding en niet-uitvoerend bestuurder van RELX (voorheen Reed Elsevier), werd onlangs voorgedragen als nieuwe voorzitter van het Verbond van Verzekeraars. Eerder dit jaar greep ze als Achmea-ceo de presentatie van de jaarcijfers aan voor een oproep om iets te doen aan het hoge ziekteverzuim in Nederland, met name onder jonge vrouwen. Ze riep iedereen op in actie te komen en gaf zelf met Achmea het goede voorbeeld: ‘We hebben een pilot gedaan waarbij mensen zichzelf kunnen inroosteren. Dat geeft hun het gevoel dat ze een betere balans kunnen hebben tussen werk en privé’, zei ze in NRC.
Manon van Beek moet in een volgende editie van deze lijst rekening houden met wat plaatsjes verlies: ze is immers bezig aan haar laatste maanden als bestuursvoorzitter van netbeheerder TenneT; in november treedt haar opvolger Frans Everts aan, de voormalig ceo van Shell Nederland. Van Beek verdient eigenlijk een lintje voor haar bijdrage aan de energietransitie en haar niet-aflatende pogingen om het stroomnet van Nederland verder te verruimen en verzwaren.


Ingrid de Swart: Van de letteren naar de kleine lettertjes

Vader De Swart, zelf verkoper van enorme graafmachines, had het liefst gezien dat zijn dochter Ingrid naar de secretaresseschool van Philips was gegaan, vertelde Ingrid de Swart ooit aan De Ondernemer. ‘Dat was tenminste een opleiding met baangarantie.’ En studeren had nog nooit iemand van de familie De Swart gedaan. Het liep anders: ‘Ik was eigenwijs. Ik ging gewoon doen wat ik leuk vond en daarna zou ik wel verder zien.’ Het werd Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Specialisatie: renaissanceliteratuur.
Had ze toen ze die studie afrondde kunnen voorzien dat ze in het voorjaar van 2026 de nieuwe ceo van verzekeraar a.s.r. zou worden? Haar achtergrond als taalkundige spreekt in elk geval tot de verbeelding. ‘De Swart is een ceo die alles weet van P.C. Hooft, Constantijn Huygens en Joost van den Vondel,’ schreef De Telegraaf toen het nieuws over haar benoeming bekend werd. Van de letteren naar de kleine lettertjes van de verzekeringspolis. ‘Natuurlijk heb ik nog steeds veel baat bij mijn studie Nederlands. Alles is uiteindelijk communicatie’, zei ze in een interview in 2009, toen ze net was benoemd tot directievoorzitter van ABN AMRO Verzekeringen.

Hoewel De Swart dus geen traditionele financiële of economische opleiding volgde, heeft zij zich ontwikkeld tot een van de meest prominente vrouwelijke leiders in de Nederlandse financiële sector. Ze werd in 2016 al eens uitgeroepen tot ‘invloedrijkste verzekeringsvrouw’. Een jaar later werd ze bovendien ‘topvrouw van het jaar’.
Haar professionele loopbaan begon begin jaren ’90 in communicatie- en beleidsfuncties. In 1999 maakte zij de overstap naar de verzekeringswereld bij Delta Lloyd. Tussen 2009 en 2013 was De Swart ceo van ABN AMRO Verzekeringen. Vervolgens keerde zij terug naar Delta Lloyd als lid van de raad van bestuur. Na de overname van Delta Lloyd door NN Group maakte zij in 2017 de overstap naar Aegon Nederland. Sinds 2019 maakt ze deel uit van de raad van bestuur van a.s.r., waarin zij onder meer verantwoordelijk was voor de integratie van Aegon. De Swart heeft bij a.s.r. ‘grote schoenen te vullen’, zoals De Telegraaf schreef bij haar aantreden. Bij de verzekeraar is ze immers de opvolger van Jos Baeten, die 20 jaar leiding gaf aan de club en daarmee een van de langstzittende ceo’s van Nederland was. Baeten en De Swart kennen elkaar nog uit hun gezamenlijke Delta Lloyd-tijd. ‘Ze viel nogal op in een zee van grijze pakken, dat zal ik niet ontkennen’, zei Baeten daarover tegen MT/Sprout. ‘Maar ze bleef me vooral bij omdat ze gewoon een heel leuk mens is. Iemand met wie je niet alleen over het vak kunt praten, maar ook over kunst, over familie. Ze maakt heel makkelijk contact.’

Op haar allereerste aandeelhoudersvergadering als ceo van a.s.r., in mei van dit jaar, maakte De Swart meteen duidelijk waarop ze in wil zetten: ai. Volgens haar zal ai het werk van alle ruim 7.000 werknemers bij de verzekeraar veranderen. ‘Alle banen bij a.s.r. zullen erdoor worden beïnvloed.’ Eind december maakt De Swart haar strategische keuzes bekend voor de komende jaren.



Nieuwe gezichten
De Top-100 Corporate Vrouwen telt dit jaar 20 nieuwe gezichten; iets meer dan vorig jaar toen er 17 nieuwe binnenkomers waren. De frisse wind waait door de hele lijst heen, maar vooral door de onderste helft. Hoogste nieuwe binnenkomer is de hierboven al genoemde Roelien Ritsema van Eck, op nr. 4. In de top-3 van deze subranglijst staan verder de nieuwe Zweeds-Noorse cfo van ING, Ida Lerner (nr. 19, zie kader hieronder) en verzekerings- topper/literatuurwetenschapper Ingrid de Swart (nr. 20), de opvolger van Jos Baeten als ceo van verzekeraar a.s.r. (zie kader hierboven).


Ida Lerner: Nieuwe avonturen in Amsterdam

‘ING vist financiële topvrouw uit de Noorse fjorden’, kopte De Telegraaf ‘op zijn Telegraafs’ in het najaar van 2025 toen ING bekendmaakte dat Ida Lerner de nieuwe cfo zou worden. Maar eigenlijk is Lerner meer een wereldburger dan een Noorse (of Zweedse, want ze heeft een dubbele nationaliteit). Ze vertegenwoordigt vooral een nieuwe generatie Europese bankbestuurders, die minder nationaal georiënteerd is en nadrukkelijk internationaal gevormd. ING-ceo Steven van Rijswijk prees bij haar aanstelling vooral haar ervaring met grote beursgenoteerde banken en haar kennis van de Europese financiële sector. ‘Haar kennis van risicomanagement en strategische ontwikkeling zal van onschatbare waarde zijn terwijl wij onze strategie uitvoeren en onze positie als digitale en duurzame bank verder versterken’, aldus Van Rijswijk, die met zijn bank inmiddels gespecialiseerd lijkt in het recruiten van jonge, talentvolle, vrouwelijke, buitenlandse topbankiers. Eerder verhuisden de Turkse Pinar Abay en de Kroatische Ljiljana Čortan ook al voor een topfunctie naar Amsterdam.

Nadat de handtekening onder het arbeidscontract was gezet, schreef Lerner op LinkedIn: ‘Soms neemt het leven een onverwachte wending. Toen er een boeiende functie buiten Scandinavië voorbijkwam, was het moeilijk om nee te zeggen.’ Lerner leek verknocht aan DNB, de grootste bank van Noorwegen, waar ze maar liefst 18 jaar voor werkte en waar ze zich onder meer bezighield met de internationale positionering. Lerner, geboren in 1975 in Stockholm, studeerde ‘sociale wetenschappen met een economische focus’ aan de universiteit van de Zweedse hoofdstad.

In een profiel in Het Financieele Dagblad, vlak nadat het nieuws over haar benoeming bij ING bekend werd, wordt Lerner een ‘oprecht fijn persoon’ genoemd, ‘vriendelijk en bescheiden’, ‘fun and easy going’, ‘kalm en nuchter’. ‘Ze heeft humor en een kenmerkende lach. Als Lerner op kantoor is, dan hoor je dat’, aldus een oud-collega. Haar vertrek naar Amsterdam is niet het eerste buitenlandse avontuur voor Lerner en haar gezin (man en drie zoons, van wie nog een thuiswonend). Voor DNB gaf ze in Londen leiding aan het team voor DNB’s activiteiten in Centraal-Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Tegenover de website van ING zei ze: ‘Mijn gezin en ik hebben de afgelopen tien jaar in Stockholm, Londen en Oslo gewoond en we genieten er echt van om nieuwe steden en culturen te ontdekken. Mijn jongste zoon, mijn man en ik zijn erg enthousiast over onze verhuizing naar Amsterdam; ons recente bezoek heeft dat gevoel alleen maar versterkt. Het is een mooie en levendige stad met zijn grachten, leuke restaurants en internationale gemeenschap.’



Met Lerner zijn we ook aangekomen bij een andere subcategorie: expats in Nederland. Lerner is namelijk niet de enige corporate vrouw van buitenlandse afkomst (en zelfs niet de enige Noorse). Ruim een vijfde van de vrouwen in de top-100 (zegge: tweeëntwintig) is niet afkomstig uit Nederland. Dat is een lichte toename in vergelijking met vorig jaar, toen er nog 18 buitenlandse vrouwen op onze lijst stonden. Lerner is niet eens de hoogstgenoteerde niet-Nederlander – ze moet liefst vijf mede-expats voor laten gaan. Hoogstgenoteerde buitenlandse is de Britse Shell-cfo Sinead Gorman op nr. 10 (vorig jaar nr. 28). Afgelopen december werd Gorman door het Amerikaanse zakenblad Forbes al verkozen tot een van de 100 machtigste vrouwen ter wereld (de Amerikanen zagen Miriam van Dongen abusievelijk over het hoofd). De Duits-Finse Essimari Kairisto, commissaris van onder meer netbeheerder TenneT en bodemonderzoeker Fugro, is de tweede buitenlandse op de lijst, op nr. 11. De Franse Laurence Debroux (oud-cfo van Heineken en tegenwoordig onder meer non-executive van de Nederlandse investeringsmaatschappij Exor) staat in dit sublijstje op de derde plaats (in de ranglijst op nr. 14). De nieuwe topvrouw van Wolters Kluwer, de Amerikaanse Stacey Caywood, debuteert in de lijst op nr. 77. De tweede Noorse in de ranglijst is overigens Tone Bachke (nieuw op nr. 64), cfo van SHV Holding.
De meeste expats komen nog altijd uit de buurlanden, Scandinavië of uit Angelsaksische landen. De meest exotische landennamen in de lijst zijn Turkije (het land van afkomst van ING-bestuurder Pinar Abay, op nr. 30) en Venezuela: de chief people officer van Heineken, Yolanda Talamo (nr. 86), is afkomstig uit Caracas, maar heeft naast de Venezolaanse ook de Amerikaanse en de Italiaanse nationaliteit.

Vaarwel grand old ladies
Dat er 20 nieuwkomers zijn, betekent ook dat 20 vrouwen die vorig jaar nog op de lijst stonden dit jaar – al dan niet tijdelijk – zijn verdwenen uit de lijst. Onder hen een aantal opmerkelijke namen, bijvoorbeeld uit de top-10 van vorig jaar. Zo zijn de nummers 5 en 7 van vorig jaar (net) uit de top-100 weggevallen, respectievelijk Mieke De Schepper (oud-ceo van touroperator Sunweb) en Annette Ottolini (oud-directeur van waterbedrijf Evides). Mogelijk nog opvallender is de absentie dit jaar van twee vaste gezichten in onze lijst: de grand old ladies Nancy McKinstry (vorig jaar nr. 26) en Annemarie Jorritsma (vorig jaar nr. 23). Beide vrouwen, respectievelijk oud-ceo van Wolters Kluwer en voormalig minister, dragen her en der nog hun steentje bij in toezichthoudende en adviserende rollen, maar doen dat niet meer op onze main stage.
De ‘aftocht’ van Jorritsma heeft saillant genoeg direct merkbare gevolgen voor de gemiddelde leeftijd van onze top- 100. De afgelopen jaren was Jorritsma (geboortejaar 1950) steeds de nestor van onze lijst en mede dankzij haar kroop de gemiddelde leeftijd van onze top-100 ieder jaar gestaag omhoog. Die gemiddelde leeftijd ligt nu op iets meer dan 57 jaar en gaat daarmee voor het eerst sinds 2018 iets omlaag. Voor de meeschrijvers: in 2018 lag het gemiddelde nog onder de 55 jaar. Veruit de meeste genoteerden in de lijst, namelijk 58, zijn vijftigers. Verder zijn er 34 zestigers en 8 veertigers. Een zeventiger ontbreekt dit jaar dus.
Het vertrek van Jorritsma betekent dat we een nieuwe nestor hebben. Dat is de nog piepjonge en kwieke – want slechts 69-jarige – Sonja Barendregt-Roojers (nr. 58), commissaris van a.s.r. en Robeco. Berte Simons (coo Havenbedrijf Rotterdam, nr. 92, zie kader hieronder) en Natalia Wallenberg (chro bij Ahold Delhaize, nr. 55) zijn met geboortejaar 1982 de jongsten in de lijst. Zij horen volgens de meest gangbare definitie al tot de generatie van de millennials (geboortejaar 1981-1996).


Berte Simons: Haven als habitat

Aan de boorden van de Maas, tussen containerschepen en raffinaderijen, een plek waar het nooit rustig is, voelt Berte Simons zich thuis. ‘De haven is echt mijn habitat’, zei ze dan ook in 2025 bij haar aantreden als coo en rvb-lid van Havenbedrijf Rotterdam, waar ze verantwoordelijk is voor het beheer, onderhoud en de verduurzaming van het grootste haven- en industriecomplex van Europa. ‘Ik woon, werk en recreëer in dit gebied.’ Simons (1982) is samen met Natalia Wallenberg de jongste vrouw in de Top-100 Corporate Vrouwen en daarmee onze rookie of the year.
Dat Simons talentvol is, werd in 2012 al eens onderstreept toen ze – als jongste ooit – genomineerd werd voor de Young Captain Award. Een nominatie die niet werd verzilverd, want de titel ging toen naar de nog net iets talentvoller geachte Hein Schumacher, die het later tot ceo van FrieslandCampina en Unilever zou schoppen en die tegenwoordig ceo is van Barry Callebaut Group. Destijds stond Simons nog aan het hoofd van de afdeling mining & heavy industry van Royal HaskoningDHV. ‘Ik houd van de ruige en technologische kant van dit vak’, zei ze destijds in een interview. ‘Ik deins niet terug voor de machinekamer, grote motoren, olie en vieze ruimtes.’

Simons’ loopbaan begon op zee. Ze volgde een opleiding tot maritiem officier aan de Hogere Zeevaartschool in Vlissingen. In interviews vertelt zij dat zij altijd gefascineerd was door de verbinding tussen techniek en de wereldhandel. Na haar studie begon zij in 2003 als beleidsmedewerker bij Zeeland Seaports, het latere North Sea Port. Toch draait haar verhaal niet alleen om infrastructuur, techniek en de geur van stookolie. Ook ‘maatschappelijke relevantie’ is voor haar belangrijk. Dat werd zichtbaar in haar periode bij Energie Beheer Nederland (EBN), waar zij verantwoordelijk was voor CO2-opslag- en transportsystemen. Voor EBN publiceerde ze in 2023 een whitepaper: Hoe komt de overheid op het goede spoor in de energietransitie?, met daarin een oproep aan de overheid om bij de transitie veel verder te kijken dan puur de markt. Havenbedrijf Rotterdam wil met haar kennis de transitie maken naar een CO2-neutrale haven. ‘Alleen een duurzame haven heeft bestaansrecht’, zei zij bij haar aantreden tegen Nieuwsblad Transport. Die overtuiging klinkt ook door in haar visie op leiderschap. Simons spreekt vaak over ‘samenwerking’ en ‘harmonie met de omgeving’. De haven ziet ze niet als afgesloten industriegebied, maar als een onderdeel van de samenleving. Bij haar aantreden zei Simons dat ze in haar rol van coo haar hart helemaal op kan halen: ‘De haven is een plek die constant in beweging is en in verbinding staat met de hele wereld. Een plek waar de bedrijvigheid van de industrie, logistiek en de leefomgeving bij elkaar komen.’



Veel cfo’s
Hoe zit het dit jaar met de verhouding tussen executives en non-executives? Er staan 64 bestuurders in de lijst, waarvan er 34 ook nog eens een of meerdere commissariaten hebben. Onder hen zijn 19 ceo’s (of zo je wilt: algemeen directeuren, directievoorzitters of bestuursvoorzitters). Opvallend is verder – we zeiden het al in de inleiding – het relatief hoge aantal vrouwen met een financiële achtergrond. Zo zijn maar liefst vier van de nieuwe binnenkomers cfo: het eerder genoemde Scandinavische duo Ida Lerner en Tone Bachke, en daarnaast Enexis-cfo Marjanne van Ittersum (nr. 65) en de Britse Katie Slipper (Gasunie, nr. 66). In de lijst komen we in totaal 14 cfo’s tegen, onder wie Annemiek van Melick (NN, nr. 15), Jolanda Poots-Bijl (Ahold Delhaize, nr. 16), Charlotte Hanneman (Philips, nr. 41) en Nynke Dalstra (Eneco, nr. 56). Ook het aantal ex-cfo’s en vrouwen met een andere financiële achtergrond zijn goed vertegenwoordigd. Het is overigens een trend die al langer gaande is. Ruim tien jaar geleden concludeerde hoogleraar Mijntje Luckerath al in een onderzoek dat de relatief weinige topvrouwen in het Nederlandse bedrijfsleven opvallend vaak cfo zijn. Luckerath toen: ‘Het is een wereldwijde trend. Ook in veel andere landen zijn vrouwen gemiddeld vijf keer zo vaak financieel directeur als bestuursvoorzitter.’

Een gewetensvraag
Dit is de 16e editie van de Top-100 Corporate Vrouwen. De ranglijst werd in de loop van zijn roemruchte geschiedenis aangevoerd door zeven verschillende vrouwen. De huidige lijstaanvoerder Miriam van Dongen en nummer 3 Petri Hofste hebben we hierboven al uitgebreid gelauwerd. Oud-PostNL-ceo Herna Verhagen, de nr. 1 van 2023 en vorig jaar nog op nr. 3, vinden we nu terug op nr. 26. Haar vertrek uit met name de rvc van ING en Goldschmeding Foundation kost haar punten. Annemiek Fentener van Vlissingen (de nr. 1 in 2010) blaast bij onder meer Heineken en SHV nog altijd volop haar bestuurlijke partijtje mee. Ze staat ook anno 2026 weer in de top-10 (op nr. 6, net als vorig jaar). Marike van Lier Lels (de nr. 1 van 2011) is sinds 2024 uit de top-100 verdwenen (maar nog wel actief in rvc’s en rvt’s). Margot Scheltema (de nr. 1 in 2012, 2013, 2014 en 2015) stond voor het laatst in 2023 in deze lijst (82ste). Ook zij heeft nog zitting in een aantal adviesorganen.
De 16e editie dus van deze roemruchte top-100. Hoe nu verder? Op de burelen van Management Scope voeren we weleens de discussie of een Top-100 Corporate Vrouwen nog wel van deze tijd is. We hebben immers ook geen Top-100 Corporate Mannen. Moeten vrouwen anno 2026 nog wel een ‘eigen’ lijst? Is deze strijd niet al lang gestreden? Het antwoord is helaas: nee, die strijd is nog lang niet gestreden. Er zijn nog altijd bedrijven en organisaties die het denken te kunnen rooien zonder vrouwen aan de top. Sterker nog: dat zijn er nog altijd best veel; zeg maar gerust schrikbarend veel. 56 procent van de besturen en 30,5 procent van de raden van commissarissen van grote Nederlandse bedrijven bestaat volledig uit mannen, zo blijkt uit de meeste recente gegevens (over 2024, dit jaar in maart gepubliceerd) van de Sociaal-Economische Raad (SER). In vergelijking met andere Europese landen staat Nederland nog altijd helemaal onderaan de lijst als het gaat om genderdiversiteit in de top van het bedrijfsleven.
Uit de SER-gegevens blijkt verder dat het aantal vrouwen in de rvb iets is gestegen; het aantal vrouwelijke commissarissen stagneert juist. Het aandeel vrouwen in besturen ligt nu op 17,3 procent. De groei bij de raad van commissarissen bleef juist uit: dat percentage blijft al drie jaar hangen rond de 26 procent. Geef toe: we zijn nog ver verwijderd van het optimale evenwicht. Maakt u zich daarom geen zorgen: wij publiceren volgend jaar opnieuw een lijst met 100 topvrouwen.

Let’s get loud
Tot slot ons wensenlijstje. Voorafgaand een vraag: hoe groot zijn de macht en invloed van deze 100 vrouwen nu werkelijk? Dat is uiteraard moeilijk te meten en te controleren. Feit is dat alle genoteerde 100 vrouwen op het allerhoogste niveau meepraten en meebeslissen over de koers van de belangrijkste bedrijven en organisaties in Nederland. Dat is heel goed nieuws. Maar praten ze ook mee over de koers van Nederland? Wat ons betreft gaan de 100 vrouwen uit deze lijst zich nog iets proactiever bemoeien met het maatschappelijk debat in Nederland. Dat is uiteraard niet meteen de core business van een rvb- of rvc-lid, maar wie onze 100 namen in de krantenarchieven en de zoekmachines gooit, zal merken dat we de 100 topvrouwen nauwelijks terugzien aan de talkshowtafels, bij BNR of op NPO Radio 1. Vrijwel nergens verscheen een vlammend opiniestuk of een dringende oproep. Maar weinig topvrouwen uit onze lijst hebben zich het afgelopen jaar in het openbaar hardop uitgesproken over bijvoorbeeld de toekomst van de arbeidsmarkt, het vestigingsklimaat of de voortgang van de energie- of klimaattransitie. Kennelijk voelen de 100 weinig behoefte om zich in het openbaar uit te spreken over bepaalde maatschappelijke of zelfs corporate vraagstukken. Of… krijgen ze de kans niet? Het zou geen kwaad kunnen als de invloedrijkste vrouwen van corporate Nederland zich – juist ook in het belang van corporate Nederland – wat meer bemoeien met het debat over de toekomst van Nederland.

Over de Top-100 Corporate Vrouwen
Management Scope publiceert sinds 2010 jaarlijks de Top-100 Corporate Vrouwen. Door middel van een ranking geven we inzicht in wie er precies achter de knoppen zitten bij de grote bedrijven en organisaties in Nederland. Om tot een ranglijst te komen, geven we iedere functie in bestuurlijk Nederland een bepaalde waarde mee. Voor de editie van 2026 is de telling overigens herzien. Hoofdredacteur Timen Kraak: ‘In de nieuwe telling ligt de nadruk iets meer op het dagelijks bestuur van grote bedrijven en iets minder op de toezichthoudende functies. We denken dat daarmee een evenwichtiger en realistischer beeld ontstaat van de ware krachtsverhoudingen binnen corporate Nederland.’ Behalve de Top-100 Corporate Vrouwen publiceert Management Scope ook ieder jaar de Top-100 Commissarissen en de Next50 Commissarissen. Meer info over de rankings en de telling: managementscope.nl/top

Reageren? Mail ons op redactie@scopebusinessmedia.nl

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 06 2026.

facebook

ManagementScope.nl gebruikt cookies

Voorkeuren

Basis

Basis cookies:
Scope Business Media anonimiseert de data van personen die op de site terechtkomen. Hierdoor heeft managementscope.nl nauwelijks persoonlijke data van onze websitebezoekers in beheer en mogen wij selecte datapunten verzamelen die geenszins aan u als persoon te koppelen vallen. Onder noodzakelijke cookies vallen alle datapunten die Scope Business Media gerechtigd is om te plaatsen zonder expliciete toestemming van de bezoeker. Dit betreft enkel volledig geanonimiseerde data die noodzakelijk is voor het functioneren van de site.

Compleet (aanbevolen)

Overige cookies, bij het kiezen voor ‘compleet’:
Onder de noemer ‘Overige cookies’ vallen cookies waarvoor wij expliciet toestemming van u nodig hebben. Hieronder vallen bijvoorbeeld onze marketing cookies die wij tevens volledig anonimiseren. Deze cookies zijn echter wel essentieel voor Scope Business Media, om ervoor te zorgen dat managementscope.nl kan blijven voortbestaan als site.

Cookie- en privacyverklaring