Angela Wilkinson: ‘We moeten de energietransitie humaniseren’

Angela Wilkinson: ‘We moeten de energietransitie humaniseren’
De Britse energie-expert Angela Wilkinson is het boegbeeld van de World Energy Council. Wat Wilkinson betreft verandert de hele insteek van de discussie over de energietransitie: het moet niet langer vooral gaan over technologie en investeringen, de mens moet centraal staan. ‘Alleen met een inclusieve bottom-up-aanpak zullen we succesvol zijn.’

Van 22 tot en met 25 april vormt Rotterdam het toneel voor het 26e World Energy Congress. Uit alle hoeken van de wereld komenn ruim 7.000 politieke leiders, wetenschappers, ngo’s, ceo’s en andere belanghebbenden bijeen om te overleggen hoe zij de energietransitie kunnen versnellen. Het doel van het internationale event is niet alleen een discussie over hoe het haalbaar wordt in 2050 nul CO2-uitstoot te kunnen bereiken, het gaat er ook om de deelnemers te inspireren tot impactvolle acties die kunnen bijdragen aan het oplossen van andere maatschappelijke problemen.

Het World Energy Congress is een van ’s werelds belangrijkste energiebijeenkomsten. Organisator is de World Energy Council (WEC), die in 1923 werd opgericht en dat sindsdien aan de wieg stond van belangrijke energietransities. De Council wordt gefinancierd door de aangesloten leden en is daardoor onafhankelijk en onpartijdig. Op die manier lukt het zoveel mogelijk stakeholders uit alle hoeken van het wereldwijde energie-ecosysteem rond de tafel te krijgen en hen mee te laten denken over herontwerp van het huidige systeem zodat mensen en gemeenschappen wereldwijd ervan kunnen profiteren. Of zoals het thema van het congres luidde: ‘Redesigning energy for people and planet’.
‘Vrouwen, arbeiders, jongeren, inheemse en kwetsbare gemeenschappen, maar ook de nieuwe, opkomende middenklasse – ál deze groepen moeten we betrekken bij het energietransitieproces.’ Dat is de boodschap van Angela Wilkinson. De Britse energie-expert is sinds 2019 het boegbeeld van de WEC. In het 100-jarig bestaan van de WEC is ze de zesde secretaris-generaal en de eerste vrouw op deze invloedrijke positie. Eerder vervulde Wilkinson diverse bestuursrollen in de publieke en private energiesector. Ze werkte onder meer bij de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), bij Shell en British Gas. Daarnaast is Wilkinson als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan de University of Oxford en schreef ze vier boeken over energievraagstukken. Ze is gepassioneerd in haar missie to humanize the energy, ofwel om de energietransitie te vermenselijken. ‘We moeten niet langer slechts over technologie en investeringen praten, maar vooral de mens centraal stellen. Energietransities moeten van een top down- naar een inclusieve bottom-up-aanpak. Alleen dan zullen we succesvol zijn.’
In aanloop naar het evenement bezocht Wilkinson verschillende innovatieve broedplaatsen in Rotterdam. Ze roemt de stad omdat die niet alleen stevige duurzaamheidsambities heeft geformuleerd, maar in het transitieproces ook oog heeft voor de maatschappelijke kansen. Het leidt tot enige trots bij Cindy Kroon, chief commercial officer van Vattenfall en lid van het bestuur van WEC NL, en zelf een Rotterdammer. Net als Wilkinson heeft ze een positieve hands-on-mentaliteit en gelooft ze dat succesvoorbeelden belangrijk zijn voor het aanjagen van de energietransitie. Kroon sprak Wilkinson voor de start van het congres, waaraan Vattenfall deelnam als spreker.

De World Energy Council bestaat 100 jaar. Wat zijn volgens u de belangrijkste wapenfeiten van uw organisatie?
‘In de afgelopen 100 jaar hebben we bewezen drie dingen heel goed te kunnen. Allereerst slagen we erin veel verschillende stakeholders in het energieveld samen te brengen. Deze belanghebbenden komen uit alle hoeken van de wereld – in totaal hebben zich 120 landen aangesloten bij de WEC. We hebben niet alleen machtsblokken zoals het Midden-Oosten, China en Amerika aan tafel, ook kleinere landen en gemeenschappen praten mee.
Ten tweede zijn we bij elke transitie in de geschiedenis sterk geweest in connecting the dots, het met elkaar verbinden van nieuwe punten. We weten hoe we meningsverschillen kunnen overbruggen en ambities kunnen vertalen naar resultaat. Dat deden we bij de oprichting in 1923 – net na de Eerste Wereldoorlog en de Spaanse Griep – toen een nieuw energiesysteem moest worden opgebouwd. 70 jaar geleden verbonden we energie aan sociale gelijkheid; omdat er meer huishoudens op het energiesysteem werden aangesloten kregen vrouwen meer kansen. Dat gaf de vrouwenemancipatie een push. 20 jaar geleden ontwikkelden we het World Energy Trilemma framework, om energiezekerheid te koppelen aan betaalbaarheid, gelijkheid en duurzame ontwikkeling. Daarmee meten we hoe landen op deze drie punten presteren. Het framework is inmiddels in alle 120 landen uitgerold. We kunnen landen vergelijken en hieruit ook best practices destilleren.
Ten derde zijn we changemakers. We hebben een divers netwerk dat bestaat uit regeringsleiders, lokale bestuurders, wetenschappers, ceo’s en uiteenlopende groepen uit de samenleving. We hebben de gemeenschappelijke overtuiging dat we de wereld moet verduurzamen en verbeteren. Doen we dat niet, dan overleven wij mensen het simpelweg niet.’

Er zijn heel veel congressen over energie. Waarom is het voor bedrijven waardevol om het World Energy Congress bij te wonen?
‘We zijn geen commercieel congres waar ceo’s uit de energie-industrie vertellen over hun bedrijf en behaalde successen. We worden niet betaald door één of door enkele grote bedrijven. Het World Energy Congress is erop gericht zoveel mogelijk inzichten en ervaringen te delen. We geven een podium aan visionaire leiders en experts uit de hele wereld die uitleggen hoe ze het verschil maken, met wie ze daarvoor samenwerken en hoe ze dat voor elkaar krijgen.
De deelnemers formuleren ook doelstellingen en committeren zich om hun ambities waar te maken. Meestal worden de resultaten op een volgend congres gepresenteerd. We willen goede voorbeelden delen om elkaar te inspireren. Het congres werd niet voor niets in Rotterdam gehouden. Zowel de haven als de stad heeeft duurzaamheidsambities. De haven wil uitgroeien tot internationale waterstof-hub. De stad wil de sociale ongelijkheid tackelen die door de energietransitie kan ontstaan. Niet iedereen kan zijn huis verduurzamen en dus profiteren van goedkopere zonne-energie. Daarom wil de stad probleemwijken ombouwen tot energiewijken.’

Wat waren de belangrijkste thema’s op het 26e WEC?
‘Zoals gezegd was het thema van het 26e congres ‘Redesiging Energy for People & Planet’. We kozen heel bewust voor de term herontwerpen, omdat de relatie tussen mens en planeet fundamenteel aan het veranderen is. Daarbij moet iedereen toegang hebben tot het toekomstige energiesysteem en er bovendien van kunnen profiteren. Dat betekent dat we het energiesysteem zo moeten herontwerpen dat een wereldwijde energietransitie niet alleen snel, maar ook eerlijk kan verlopen. Welke nieuwe punten moeten we met elkaar verbinden om de energietransitie in alle delen van de wereld te versnellen? Dat kan niet zonder ook oog te hebben voor de sociale aspecten van de energietransitie.
Tot nu toe draaide het gesprek over de energietransitie vooral om technologie en investeringen. We moeten de energietransitie echter humaniseren, ofwel de mensen centraal stellen. Wie zijn de gebruikers van het toekomstige energiesysteem? Welke behoeften hebben ze, welke mogelijkheden hebben ze? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen kan profiteren van het toekomstige energiesysteem? Het gaat niet alleen om net zero in 2050, maar om nog iets extra’s: hoe we dit realiseren, met wie en voor wie. Op veel plekken in de wereld wordt hiermee al geëxperimenteerd en leidt dit tot goede voorbeelden.’

De energietransitie leidt in Nederland tot veel kritiek. Als we niet opletten, leidt de transitie tot ongelijkheid en profiteren de mensen met de kleinste portemonnee er het minst van. Hoe kunnen we voorkomen dat deze groep in de samenleving in opstand komt?
‘Het is een gegeven dat we in een wereld leven van ongelijkheid. Door ons kapitalistische systeem hebben we niet allemaal dezelfde inkomenspositie. We moeten die ongelijkheid echter zien te overbruggen. Niemand mag buiten de boot vallen. Het is essentieel dat iedereen in de samenleving bij de energietransitie wordt betrokken. We moeten verschillende groepen uit de samenleving aan tafel krijgen. Als we dat niet doen, missen we het maatschappelijke draagvlak en komt de noodzakelijke energietransitie ondanks de beschikbare technologie niet van de grond.
We moeten het verhaal over de energietransitie anders vertellen. Het gaat nu over grote thema’s als waterstof, nieuwe technologieën, elektrificatie. Voor de gewone burger gaat de energietransitie boven zijn pet. Het is een groot machtsspel waar hij niet aan meedoet. Het verhaal moet juist gaan over welke rol duurzame energie kan spelen in het leven van de burger, hoe belangrijk het is voor zijn toekomst en welke bijdrage hij kan leveren. Er moeten lokale initiatieven van de grond komen. Dat vergt nieuwe vormen van samenwerking tussen gemeenten, lokale bestuurders, ondernemers, energiebedrijven en burgers. De succesverhalen moeten worden uitgedragen. Niet de burgemeester of de ceo van het betrokken bedrijf moet hierover vertellen, maar burgers die er de vruchten van hebben geplukt. Zo slagen we erin verschillende groepen in de samenleving te activeren.’

De energietransitie gaat gepaard met veel polarisatie. Er zijn enerzijds activisten die zeggen dat de omwenteling naar een duurzame planeet te langzaam gaat. Anderzijds zijn er critici die stellen dat klimaatverandering onzin is en dat het niet nodig is zoveel geld te steken in de energietransitie. Hoe navigeren we in zo’n gepolariseerd landschap?
‘Ik voer regelmatig gesprekken met mijn 23-jarige dochter. Zij heeft geen enkele belangstelling in de energietransitie omdat ze als jongvolwassene zoveel andere zorgen heeft. Hoe vindt ze een goedbetaalde baan? Hoe wordt ze financieel onafhankelijk? Ze wil zich niet ook nog bezighouden met wereldproblemen als klimaatverandering. Veel van haar generatiegenoten denken er zo over, maar of ze het nu leuk vinden of niet: ook zij kunnen niet om de klimaatproblematiek heen. We zullen dus manieren moeten vinden waarbij we ook deze jongeren weten aan te spreken en weten te overtuigen dat de energietransitie noodzakelijk is en dat ook zij daarin een aandeel hebben. Hoe dat mogelijk is? Door naast de energietransitie ook oog te hebben voor de maatschappelijke problemen waar zij mee worstelen – de hoge prijzen voor levensonderhoud, de woningnood. Maar we moeten ook weg van de voortdurende discussie over de vraag wie de energietransitie gaat bekostigen. Het is heel simpel: iedereen gaat ervoor betalen, omdat ook iedereen ervan gaat profiteren.
Ook op internationaal niveau valt er nog wel wat te verbeteren. Mijn ervaring is dat de energietransitie voor veel landen een wedstrijd is. Wie is het meest duurzaam bezig en wie neemt een koppositie in? Vooral Europa wil dolgraag het beste jongetje van de klas zijn. Maar daarmee heeft het continent de keuzemogelijkheden op het gebied van energievoorziening aanzienlijk beperkt. In Europa ligt de focus sterk op green-only, op louter hernieuwbare energiebronnen. Onze aanpak tot het maken van beleid moet ook worden bekeken. Het beleid is op dit moment nogal bottom-down; van bovenaf wordt bepaald wat groen is en wat niet, en welke technologie en investeringen er worden gedaan. Dat alles heeft de prijs van de energietransitie enorm opgedreven. En daarom zie je in Europa een tegenbeweging ontstaan. Burgers vinden duurzaamheid weliswaar belangrijk, maar niet tegen elke prijs. En al helemaal niet als de energiezekerheid onder druk komt te staan. In andere delen van de wereld zijn leiders pragmatischer. Zij zetten vooralsnog in op een grotere energiemix, om niet alleen aan de nationale energiebehoefte te kunnen voldoen maar de energie ook betaalbaar te houden.’

Welke landen doen het goed en kunnen een voorbeeld zijn voor Europa?
‘Er zijn verschillende routes naar een schonere samenleving, net als dat er verschillende visies zijn over hoe de energietransitie kan worden vormgegeven. Neem China, dat dankzij het socialistische model in korte tijd enorme vooruitgang heeft geboekt. De staat deed gigantische investeringen in hernieuwbare energie, elektrische voertuigen, groen openbaar vervoer en bescherming van de biodiversiteit. Het land denkt nu na over wat productiviteit daadwerkelijk betekent voor een duurzamere samenleving. Er zijn ambities om te transformeren van een industriële samenleving naar een ecologische beschaving, waarin de mens veel meer in harmonie leeft met de natuur. Dat is een stevige missie. Europa roept graag dat het voorop loopt, maar feitelijk is China ons continent gepasseerd.
Wat ik bij veel landen zie, is dat ze geen single issue-agenda hebben. Het gaat ze niet alleen om het terugdringen van CO2, maar ook om het verbeteren van de biodiversiteit of om weerbaarheid – hoe kunnen we ons wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. We roepen sinds de jaren ’80 dat we duurzaamheidsdoelen hebben en ze ook trouw naleven, maar feitelijk is dat te beperkt. Europa is aan zet om ook nog het nodige aan redesigning te doen. Willen we alleen de klimaatdoelen halen? Of willen we ook andere maatschappelijke problemen tackelen? De energietransitie is een enorme kans om niet alleen het energiesysteem maar ook de samenleving opnieuw vorm te geven.’

Wanneer is het congres voor u geslaagd?
‘Ik zou een tevreden mens zijn als er tijdens het congres minimaal tien nieuwe ideeën voor lokale initiatieven ontstaan die bijdragen aan de energietransitie. Dat hoeven geen hoogdravende projecten te zijn, zoals elektrificatie van het openbaar vervoer in een land of grootschalige waterstofproductie. We moeten het – naast grote ambities – vooral ook hebben van kleinere, lokale initiatieven waarbij we ook de burger enthousiasmeren. We kunnen op hoog niveau blijven praten over grootse plannen, maar met het realiseren van lokale initiatieven en nieuwe vormen van samenwerking krijgt de energietransitie veel meer een bottom-up benadering. Zo slagen we er beter in om de mens centraal te stellen bij de energieomwenteling. We zijn geen activistische beweging, maar activator: een organisatie die wil aanzetten tot actie.’

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 17-04-2024

facebook