Oscar Kneppers (Rockstart) en Patrick de Zeeuw (Startupbootcamp) in gesprek over accelerators

12-10-2017 | Auteur: Paul Groothengel | Beeld: Gregor Servais

Oscar Kneppers (Rockstart) en Patrick de Zeeuw (Startupbootcamp) in gesprek over accelerators

De oprichters van Startupbootcamp en Rockstart beschouwen de markt van accelerators. Is het zinnig dat corporates zelf accelerators starten om de eigen startups te steunen? ‘Het is erg lastig je te verplaatsen in uitdagingen van startups.’


Startups kunnen dienen als motor voor innovatie, of ze nu apart als kleine onderneming beginnen of als onderdeel binnen een grote corporate. Kansrijke nieuwkomers worden daarom ook goed in de gaten gehouden door investeerders en grote bedrijven. Al die aandacht kan een voordeel hebben, want veel startups hebben ondersteuning nodig om met succes te kunnen groeien. Die kunnen ze bijvoorbeeld vinden bij accelerators: ondernemingen die opleidingsprogramma’s en businessversnellingsprogramma’s bieden aan veelbelovende startups. Vaak brengen deze aanjagers de startups fysiek samen, zodat ze elkaar kunnen inspireren en van elkaar kunnen leren. De accelerator brengt verder een uitgebreid netwerk mee van mentoren en potentiële investeerders die in hun specifieke domein (denk aan technologie, zorg, cyber security, voedingstechnologie) actief zijn. In ruil krijgen de accelerators een deel van de aandelen in het bedrijf van de starter, vaak acht procent.
Corporates starten in toenemende mate zelf ook accelerators om de eigen startups te steunen. Dit is vaak best lastig voor een grote onderneming en het is van groot belang dat innovatie vanuit de top gedragen wordt en dat mensen met relevantie ondernemende ervaring het interne proces begeleiden.

Accelerators zijn nu wereldwijd actief. Grote voorbeelden uit de Verenigde Staten zijn Techstars en Y Combinator. De oudste, grootste en meest bekende accelerators in Nederland zijn Rockstart en Startupbootcamp. Rockstart, ‘The Global Startup Machine’, werd in 2010 opgericht door Oscar Kneppers, de serial entrepreneur die onder andere in 1998 Emerce startte, een magazine en website over e-business, marketing en technologie (en dat in 2001 werd verkocht). In 2010 begonnen tech- en media-ondernemers Ruud Hendriks en Patrick de Zeeuw Startupbootcamp. Deze accelerator is inhoudelijk vergelijkbaar met Rockstart, maar is meer internationaal gericht. Startupbootcamp organiseert startupacceleratorprogramma’s in vijftien landen. Kneppers en De Zeeuw schuiven aan aan onze discussietafel. Het gesprek, geleid door Willem Schellekens die binnen ING onder meer verantwoordelijk is voor de ‘Innovation Studio’, vindt plaats in het hoofdkantoor van Startupbootcamp in Amsterdam.

Hoe staat de markt van startups er momenteel voor in Nederland?
De Zeeuw: ‘Er komen steeds meer accelerators. Geen wonder, iedereen kan een bordje op zijn deur hangen en beginnen. Er zijn bijvoorbeeld steeds meer consultants die wat geld bij elkaar harken en een accelerator voor startups beginnen. Daarnaast is een aantal grote bedrijven hiermee begonnen. Maar vergis je niet, het is echt een vak dat je moet doen uit passie. Oscar en ik zijn beiden begonnen als ondernemers, en weten dus uit eigen ervaring wat werkt en wat niet. Wij begonnen destijds niet vanuit een of ander businessmodel, maar vanuit onze wens een nieuwe generatie enthousiaste ondernemers naar een volgende fase te begeleiden.’
Kneppers: ‘Patrick en ik begonnen beiden een jaar of zeven geleden. We hebben in de zomer van 2011 nog overwogen samen op te trekken, maar er toch voor gekozen ieder onze eigen weg te gaan. Inmiddels kunnen we rustig stellen dat wij in Nederland de grootste accelerators zijn waar startups terecht kunnen voor toegang tot kennis, kapitaal en netwerken.’


Voor startups valt er dus meer te kiezen als het gaat om de juiste accelerator. Waar moeten ze dan vooral op letten? En zijn startups niet steeds kritischer en minder bereid die acht procent equity op te geven?
De Zeeuw: ‘Je moet als startup altijd kiezen voor de mensen die jou kunnen begeleiden en voor het netwerk dat ze meebrengen. Terug kunnen vallen op de kennis en steun van een accelerator kan fijn zijn, iedere startende ondernemer krijgt vroeg of laat te maken met investeerders of corporates waar ze mee samenwerken. Of je als startup eisen mag stellen? Tuurlijk, juist de meest kritische startups wil ik het liefste hebben; de beste onderhandelaars zijn doorgaans ook de beste ondernemers. Startups die smeken of ze bij ons mee mogen doen met een acceleratorprogramma, daar kom je niet zo ver mee, is mijn ervaring.’
Kneppers: ‘De factor geld is belangrijk, maar niet essentieel. Ik zeg altijd: wij zijn geen investeerders, ook al investeren we wel. We zijn betrokken ondernemers. Wij staan aan de kant van de startup, ook als de investeerder druk gaat uitoefenen. Dat gebeurt vaak, want investeerders zijn soms nerveus, bang dat ze hun geld niet meer terugzien. Een van de eerste bedrijven die wij succesvol hebben begeleid, is het Amsterdamse Wercker, actief in continuous software deployment. Zij haalden in 2014 in Silicon Valley een flink bedrag op voor hun cloudplatform voor softwareontwikkelaars; twee maanden geleden zijn ze overgenomen door Oracle. Maar toen ze in 2012 begonnen, zat ons team met hen en een potentiële investeerder in een call in onze toenmalige keuken aan de Herengracht. Die investeerder was behoorlijk veeleisend en zette de startup én ons onder enorme druk. Dat wij er als accelerator bijzaten, vond ’ie ook maar niks. Alleen door ons heel sterk te focussen op de belangen van de startup, zijn we er destijds uitgekomen. Wat betreft die aandelen: ze weten hoe het werkt als ze zich inschrijven. Ze krijgen er startkapitaal, kennis en een breed netwerk voor terug.’


U hebt beiden gekozen voor een ‘verticale’ vorm, waarbij je je op een aantal domeinen specialiseert. Waarom niet gewoon op alle domeinen?
Kneppers: ‘Je maakt toch ook geen magazine met de naam Alles, voor iedereen in Nederland? Je hebt als startup mentoren en investeerders nodig die een diepgaande focus hebben op hun markt, die ervaring en een goed netwerk kunnen meebrengen. Kijk, een bedrijf beginnen is net zoiets als een fikkie stoken: dat trekt heel snel heel veel mensen aan. Maar voor een startup is het wel essentieel dat je gaat samenwerken met een mentor of investeerder die jouw markt goed kent en jou bij de juiste mensen of bedrijven kan introduceren. Al zitten we met Rockstart inmiddels in meerdere landen, onze basis ligt in Nederland. We bieden in Nijmegen een programma aan op gebied van digital health, en in Amsterdam op domeinen als smart energy en web & mobile. Vanuit de missie om zoveel mogelijk ondernemers te bereiken: hoe meer dat er zijn, hoe gelukkiger ik ben.’
De Zeeuw: ‘Wij begonnen overigens wel met een horizontaal programma: de ene startup deed in fintech, de ander in gaming, een derde in zorg. Maar dan blijft je kennis, en daarmee je toegevoegde waarde als accelerator voor startups, tamelijk beperkt. Daarom gingen we al snel over op verticals, waarbij je je specialiseert op een kleiner aantal gebieden, mede vanwege de marktvraag vanuit de grote corporate bedrijven. Ik voorzag dat die een deel van hun innovatie zouden gaan outsourcen en aansluiting zouden zoeken bij kleinere maar veel sneller bewegende startups die in de industrie van de corporate werkzaam zijn. Daar kunnen wij dan vanuit Startupbootcamp mooi op aansluiten, redeneerde ik. Bovendien moet je de begeleiding van startups ook financieren. En corporates zijn daartoe bereid. Zij opereren veelal als sponsor van onze programma’s.’


Kunt u hiervan een voorbeeld noemen?
De Zeeuw: ‘Vodafone benaderde ons met de vraag of we voor een stuk of tien kansrijke startups konden zorgen die actief zijn in near field communication. Ik ben toen de markt opgegaan om te kijken of andere partijen daarbij wilden aanhaken, bijvoorbeeld financiële instellingen. Dat lukte; we kregen weliswaar minder aanmeldingen binnen van startups, maar daar zaten wel meteen een aantal goede specialisten bij op gebied van NFC. Uiteindelijk ging Vodafone met zes van hen verder. Belangrijk was dat deze startups zich veel sneller ontwikkelden dan in onze gebruikelijke horizontale programma’s. Dat was voor mij een eyeopener, sindsdien organiseren wij alleen nog puur verticale programma’s. Onder meer in fintech, e-commerce, smart energy en foodtech. Die smeltkroes van industriekennis maakt ons en onze activiteiten veel relevanter voor de grote corporates die iets willen met startups.’


Steeds meer corporates, waaronder KPN en ING, starten eigen accelerators, voor zowel interne als externe startups. Kansrijk?
De Zeeuw: ‘Dat corporates dat graag doen, dat begrijp ik wel. En er zijn inderdaad voorbeelden waar het goed werkt. Maar het is erg moeilijk om een heel klein bedrijf te laten samenwerken met een heel groot bedrijf. Waarom zou een startup bij een groot bedrijf op kantoor komen zitten, waar ze mentoren krijgen die nog nooit met startups hebben gewerkt? Doorgaans zijn die zelf geen ondernemer geweest. Dan is het erg lastig om je te verplaatsen in de uitdagingen die de oprichters van startups hebben bij de versnelling en groei van hun startup.’


Maar corporates, zoals mijn werkgever, kunnen de startup een netwerk, kennis en distributiekracht bieden. En ze heel goed leren kennen door voor een langere periode intensiever samen te werken. Telefónica heeft jaren geleden met succes haar accelerator Wayra gelanceerd. Ook bij onze eigen Innovation Studio is de koppeling van corporates en startups veelbelovend, vooral omdat innovatie vanuit de top wordt gedragen.
Kneppers: ‘Ik begrijp waarom grote bedrijven zoals ING dit doen. Alles is beter dan een gesloten systeem van zelfgenoegzaamheid, van niet-leren en alleen zo nu en dan een boek lezen. Je moet dingen proberen.’
De Zeeuw: ‘Het is in mijn ogen wat anders als een corporate dat doet onder de vlag van een ervaren accelerator. Wij hebben daar ervaring mee; wat we binnen Startupbootcamp bijvoorbeeld doen, is mensen van de grote corporates een maand of drie hier laten meelopen met onze programma’s. Dan leren ze echt de taal van de startups. En andersom.’


Kunnen we op dit gebied lessen leren van ontwikkelingen in het buitenland?
De Zeeuw: ‘In de VS werken accelerators maar heel beperkt samen met corporates. Zij richten zich daar veel meer op de business angels die de startup-programma’s financieren, de investeringsmarkt voor startups is daar veel verder ontwikkeld.’
Kneppers: ‘We lopen in Nederland aardig voorop, denk ik. Vergeet overigens niet dat je ook andere samenwerkingsvormen hebt dan alleen die tussen accelerator en corporate. Wij hebben binnen ons domein smart energy nu drie keer tien startups begeleid, samen met corporates, lokale overheden en business angels. Bij zo’n mengvorm moet de rol van de overheid wel zijn dat ze niet subsidiëren, maar investeren. Dan is er namelijk veel meer betrokkenheid om het project te doen slagen. En dat kan anderen over de streep trekken: bij onze digital health accelerator in Nijmegen deed de gemeente Nijmegen mee omdat de provincie Gelderland ook mee-investeerde.’


De top van het Nederlandse bedrijfsleven heeft aangekondigd startups met kennis en tools bij te gaan staan en een aantal heeft toegezegd ruim driehonderd samenwerkingen met startups aan te gaan. Wat is de toekomst van accelerators, ook binnen corporates?
De Zeeuw: ‘We zullen meer scale-ups zien, succesvolle startups die inmiddels geld verdienen en toe zijn aan een volgende stap. Het is nog best lastig daarvoor een goed accelerator-businessmodel te bedenken. Als je een jaaromzet van drie miljoen euro draait, dan kun je de hulp van een accelerator nog goed gebruiken, maar geef je niet meer zo makkelijk een deel van je aandelen weg.’
Kneppers: ‘Ik was in april op een conferentie in Japan, dat ging over hoe Japanse corporates kunnen samenwerken met startups; toch een land waar ze niet erg happig zijn op het nemen van al te grote risico’s. Dat geeft aan dat ook daar honger is naar vernieuwing en ondernemerschap. Je ziet daar ook bij Japanse ondernemingen steeds meer corporate spin-outs: we hebben vorig jaar een nieuw bedrijf begeleid dat voortkwam uit Sony Music.’
De Zeeuw: ‘Op dit punt, het fysiek buiten de organisatie plaatsen van interne corporate startups, loopt Nederland voorop. Wij zijn onder de naam Innoleaps in 2013 een tweede bedrijf gestart dat coporates als Unilever, ING, Rabobank, Vivat, Liberty Global en vele anderen helpt bij het versnellen van hun interne innovatie. Dit corporate acceleratiemodel zullen we de komende jaren meer zien. Op zich is het wonderlijk dat corporates veelal minder snel innoveren dan startups, een groot bedrijf beschikt over merken, middelen, mensen en distributiekanalen, dat hebben startups allemaal niet. Toch moet je de interne corporate startup-activiteiten apart zetten van het moederschip. Dit omdat corporates hen altijd zullen aansturen als iets dat in de executie-fase zit. Dat is een misvatting, startups hebben hun eigen mores.’


Interview door Willem Schellekens, medeoprichter van de ING Innovation Studio, ING’s corporate accelerator. Gepubliceerd in Management Scope 08 2017.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 2 Waarderingen
Scope top 100

Management Scope Rankings

Bekijk hier alle rankings die Management Scope jaarlijks samenstelt.

Meer achtergrond artikelen

Management Scope

Geïntereseerd in Management Scope?

Maak kennis met het magazine via een proefabonnement: 3 edities voor €15,- of 6 edities voor €30,-