De nationale investeringsinstelling als aanjager van innovatie

De nationale investeringsinstelling als aanjager van innovatie
Naar verwachting komt het kabinet deze maand met voorstellen voor de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling (NII). Hoewel de meeste politieke partijen de meerwaarde ervan inzien, is er ook twijfel: verdwijnt het geld niet in een bodemloze put? Hoe de NII kan uitgroeien tot een succesvolle aanjager van innovatie, schetsen Tjarda Molenaar en Juul Vaandrager van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen. ‘Zorg dat de markt in de lead is.’

In politiek Den Haag en ook daarbuiten bestaat inmiddels brede steun voor de komst van een Nationale Investeringsinstelling, die kansrijke technologieën een boost moet geven. In het coalitieakkoord is 3 tot 5 miljard euro vrijgemaakt als startkapitaal. Toch hebben sommige critici zorgen dat het publieke geld straks in een bodemloze put verdwijnt, zonder dat het iets oplevert. Dat de staat tevergeefs met te veel middelen aan een dood paard trekt.
Nu de besluitvorming dichterbij komt, is het goed uiteen te zetten hoe de NII onze economie wel dégelijk op stoom kan brengen. En uit te leggen dat de NII niet alleen een grote geldpot is, maar werkt als een hefboom die de financieringsketen structureel versterkt. Dat is hard nodig om innovatie aan te jagen.

Zes voorwaarden voor succes
Eind 2025 legde Peter Wennink, oud-topman van ASML, pijnlijk bloot dat Nederland al jaren te weinig investeert in baanbrekende technologieën. In zijn rapport luidde de alarmerende boodschap dat Nederland internationaal achterop raakt en daarmee de huidige welvaart en die van toekomstige generaties op het spel zet. Om dat te voorkomen, zou fors geïnvesteerd moeten worden in vier strategisch belangrijke domeinen: digitalisering en kunstmatige intelligentie, veiligheid en weerbaarheid (defensie), energieën klimaattechnologie, en biotechnologie. Volgens het kabinet moet een nieuw op te richten investeringsinstelling daarbij een belangrijke rol gaan spelen. Ook private investeerders geloven in de meerwaarde van de NII. Daarbij gaat het niet zozeer om de grootte van de geldpot. Bepalend is vooral hoe goed de NII erin slaagt om private investeerders te verleiden fors mee te investeren in strategisch relevante innovaties. Met deze zes voorwaarden krijgen we dat voor elkaar:

  1. Maak de markt leidend bij investeringskeuzes
    Geef de private markt een leidende rol, niet de overheid. Dat klinkt paradoxaal voor een instelling die met publiek geld wordt gefinancierd, maar het is cruciaal. De overheid kan weliswaar strategische sectoren aanwijzen, maar binnen dat kader moeten private partijen bepalen hoe ze investeren: in welke bedrijven, tegen welke voorwaarden, en tegen welke prijs? Anders gezegd: pas als een propositie een deugdelijke businesscase heeft, stapt de NII in als co-investeerder.

    Zo wordt voorkomen dat de instelling een bodemloze put wordt, waarin belastinggeld verdwijnt om politiek aantrekkelijke maar economisch onhoudbare projecten te financieren. Onder het mom van ‘strategische relevantie’ of industriepolitiek kan een overheid keuzes maken die economisch geen kans van slagen hebben.  Juist door de markt leidend te maken, wordt voortdurend afgewogen of een bedrijf groeipotentieel heeft en of zicht op toekomstig rendement een investering rechtvaardigt. Door investeringen te koppelen aan marktpartijen die zelf ook risico lopen, wordt vaker in potentieel succesvolle cases geïnvesteerd, omdat zij dezelfde belangen delen. We kunnen hierbij lessen trekken uit het Nationaal Groeifonds waar projecten niet altijd toekomstperspectief en dus geen zicht op vervolgfinanciering hadden. Dat is jammer, want daarmee stopt de innovatiemotor, terwijl het idee en de intentie goed waren.

  2. Versterk élke schakel van de financieringsketen
    In de discussie over de verantwoordelijkheden van de NII moeten we ons realiseren dat de financieringsketen voor bedrijven bestaat uit schakels met verschillende typen investeerders en financiers.
    In het publieke debat overheerst het beeld dat we te weinig scale-ups hebben; dat we door gebrek aan kapitaal niet in staat zijn om unicorns te creëren, dat veelbelovende startups naar Amerika vertrekken waar ze wel voldoende geldschieters vinden. Deels klopt dit beeld. Maar we moeten voorkomen dat we alleen op deze fase inzetten. Ook de vroegste innovatiefase verdient aandacht, zeker in de sectoren die Wennink als strategisch belangrijk aanmerkt. Het gaat dus om de hele financieringsketen. En die is zo sterk als de zwakste schakel. Elke schakel, ofwel groeifase van een bedrijf, kent zijn eigen knelpunten en vraagt daarom om een ander instrument.

    In de vroege venture capital-fase gaat het om het overbruggen van lange ontwikkeltijden en grote investeringen die individuele fondsen en hun beleggers vaak niet alleen kunnen dragen. De NII kan deze fondsen versterken en slagvaardiger maken. Daarvoor bestaan al instrumenten, waarop bezuinigingen zijn aangekondigd. In een volgende fase verandert de opgave: bedrijven en fondsen moeten dan groter worden. Scale-ups zijn nu vaak aangewezen op buitenlands kapitaal. Als Nederlandse fondsen die groei financieren, blijven intellectueel eigendom en werkgelegenheid eerder in Nederland. De NII kan bij die opschalingsfase een cruciale rol spelen door in deze fondsen en bedrijven te investeren. Ook bij volwassen bedrijven kan de NII een rol spelen. Private-equityfondsen helpen hen doorgroeien, terwijl infrastructuurfondsen grootschalige toepassing van technologie mogelijk maken. Soms kunnen banken dan nog niet meedoen vanwege het te hoge risico. De NII kan die drempel wegnemen, bijvoorbeeld met garanties op leningen.

  3. Zorg voor stabiliteit en afnamezekerheid
    Het succes van de NII hangt daarnaast in hoge mate af van enkele niet-financiële voorwaarden. Investeerders hebben allereerst behoefte aan stabiel, consistent beleid: of het nu gaat om industriebeleid, fiscaal beleid of afgifte van vergunningen. Fondsen denken in trajecten van 10 tot 20 jaar en moeten erop kunnen vertrouwen dat (fiscale) regelgeving voor langere tijd overeind blijft. Zelfs met suboptimaal beleid kunnen investeerders uiteindelijk wel leven. Onzekerheid over de vraag of dat beleid over vijf jaar nog hetzelfde is, is echter funest.

    Ten tweede kan de overheid afnamezekerheid creëren. In strategisch belangrijke domeinen zoals energie en defensie kan de overheid optreden als launching customer, of met stimuleringsmaatregelen vraag creëren bij bedrijven of consumenten. Daarmee ontstaat dan een financierbare businesscase, wat cruciaal is voor zowel investeringsmaatschappijen als banken die een belangrijke rol hebben in de financiering van volwassen bedrijven en infrastructuur.

  4. Op afstand van de politiek
    Het is cruciaal dat de NII op afstand kan functioneren van de politiek. Met een mandaat en een eigen budget krijgt de NII de ruimte om zelfstandig en professioneel te opereren, zonder dat die bij elk nieuw politiek inzicht wordt teruggefloten. Tegelijkertijd moet de NII nauw samenwerken met de markt om focus te houden én mee te kunnen bewegen met nieuwe ontwikkelingen.

    Hoe we die samenwerking structureel vormgeven, moet worden uitgewerkt. De kern is dat kennis van de markt en feedback structureel worden georganiseerd, zodat de NII via die hefboom maximaal privaat kapitaal mobiliseert voor bestaande en toekomstige knelpunten.

  5. Bouw voort op bewezen instrumenten en regelingen
    Nederland hoeft gelukkig niet bij nul te beginnen. Zo heeft het kabinet aangekondigd dat Invest-NL en Invest International samengaan in de nieuwe NII. Dat is logischer dan een nieuwe organisatie optuigen. Het kost tijd om een trackrecord op te bouwen en een ervaren team te vormen; die tijd is al in deze instellingen geïnvesteerd. Hetzelfde geldt voor goedfunctionerende regelingen van RVO. En voor kleinere, bewezen instrumenten zoals de Seed Capital- regeling. Die bestaat inmiddels ruim 20 jaar, werd destijds in samenspraak met de markt ontwikkeld, en werpt nog altijd zijn vruchten af.

  6. Leren van het buitenland: governance en omvang zijn belangrijk
    Nederland hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Andere landen richtten al vergelijkbare investeringsvehikels op. Zo kunnen we leren van de opstartfase in Finland: daar dreigde de overheid een leidende rol te willen spelen bij investeringsbeslissingen, tot de markt ingreep. Het is precies de tweesprong waarop Nederland zich bevindt. Ook Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben een variant: Bpifrance, KfW (Kreditanstalt für Wiederaufbau) en de British Business Bank. Sommige organisaties bestaan al jaren. Interessant is hoe succesvol ze zijn, met hun eigen budget en governance. Onderzoek laat een multiplier zien van doorgaans twee tot vier: elke euro overheidsgeld haalt twee tot vier euro privaat kapitaal binnen. Niet toevallig behoren Frankrijk, Duitsland en het VK tot de koplopers in Europa als het gaat om innovatieactiviteit. Overigens is het belangrijk dat de NII voldoende schaal heeft. Bij een investeringsopgave van 150-190 miljard euro, zoals Wennink aanbeveelt, moet de NII groot genoeg zijn om betekenisvol te zijn – ook hierin kunnen onze buurlanden als voorbeeld dienen.


De NII als katalysator van innovatie

Het is voor Nederland cruciaal meer slagkracht te ontwikkelen in technologisch kansrijke domeinen. Net zoals elders in Europa, kan de NII in ons land het verschil gaan maken. Door de markt leidend te maken en door de overheid weliswaar kaders te laten stellen, maar op afstand van directe investeringskeuzes. En vooral door te zorgen voor consistent langetermijnbeleid. Alleen zo wordt de NII geen bodemloze geldpot, maar een katalysator voor innovatieve technologieën die Nederland nodig heeft om ook in de toekomst welvarend te blijven.

Reageren? Mail ons op redactie@scopebusinessmedia.nl

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 08 2026.

facebook

ManagementScope.nl gebruikt cookies

Voorkeuren

Basis

Basis cookies:
Scope Business Media anonimiseert de data van personen die op de site terechtkomen. Hierdoor heeft managementscope.nl nauwelijks persoonlijke data van onze websitebezoekers in beheer en mogen wij selecte datapunten verzamelen die geenszins aan u als persoon te koppelen vallen. Onder noodzakelijke cookies vallen alle datapunten die Scope Business Media gerechtigd is om te plaatsen zonder expliciete toestemming van de bezoeker. Dit betreft enkel volledig geanonimiseerde data die noodzakelijk is voor het functioneren van de site.

Compleet (aanbevolen)

Overige cookies, bij het kiezen voor ‘compleet’:
Onder de noemer ‘Overige cookies’ vallen cookies waarvoor wij expliciet toestemming van u nodig hebben. Hieronder vallen bijvoorbeeld onze marketing cookies die wij tevens volledig anonimiseren. Deze cookies zijn echter wel essentieel voor Scope Business Media, om ervoor te zorgen dat managementscope.nl kan blijven voortbestaan als site.

Cookie- en privacyverklaring