Patrick Lammers (Essent) over de betaalbaarheid van de energietransitie

'De houding van bedrijven steekt me'

Patrick Lammers in gesprek met Sander van Ginkel

Patrick Lammers (Essent) over de betaalbaarheid van de energietransitie
Energiemaatschappij Essent zet vol in op het begeleiden van klanten tijdens de energietransitie: die moet betaalbaar en behapbaar zijn. Ceo Patrick Lammers aarzelt niet stakeholders aan te spreken als die de menselijke maat uit het oog verliezen. ‘Als het gaat over een eerlijke verdeling van kosten, klagen bedrijven direct over hun concurrentiepositie.’

Maatschappelijke impact een abstract begrip? Niet voor bestuurders in de energiesector. Voor Patrick Lammers – ceo van Essent en senior vice president customer solutions West-Europa van het Duitse moederbedrijf E.ON – is het effect dat zijn onderneming heeft op de maatschappij tastbaar. Met een marktaandeel van bijna 30 procent is Essent verantwoordelijk voor de energievoorziening van meer dan 2,5 miljoen huishoudens in Nederland en België en een groot aantal bedrijven. Lammers: ‘We zitten in een essentiële business. Onze maatschappij is gebouwd op de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van elektriciteit. Zonder elektriciteit geen drinkwater, geen internet, geen medische hulp en geen voedselbevoorrading. Geloof me, dan valt onze gesofisticeerde maatschappij al binnen een paar dagen uit elkaar.’ De eerste opdracht van Lammers is dan ook ongestoorde energielevering. Tegelijk heeft de energiemaatschappij een belangrijke rol in de energietransitie die voor fors minder uitstoot van broeikasgassen moet zorgen. Huishoudens en bedrijven moeten minder energie gaan gebruiken, en wat ze gebruiken moet uit duurzame bronnen komen. 

Onvoorspelbaar
Door de energietransitie en de toenemende concurrentie op de Europese energiemarkt moeten de spelers in de markt zichzelf steeds opnieuw uitvinden. Die spelers werken toe naar een wereld waarin energie uit duurzame bronnen de nieuwe standaard moet worden en kolencentrales niet langer een asset maar een liability zijn. Lammers en zijn collegabestuurders opereren in een samenleving die steeds afhankelijker van energie wordt. De bronnen waar die energie uit moet komen, zijn tegelijk steeds meer divers en onvoorspelbaar. ‘Nog elke dag besluiten kleine en grote klanten zonnepanelen op hun dak te leggen en die in het netwerk aan te haken,’ schetst Lammers. Inspelen op verandering is Essent niet vreemd. De onderneming ontwikkelde zich van een energieleverancier die zich bezighield met de opwekking en distributie alleen, naar een servicegerichte organisatie die klanten helpt met energiekwesties. De onderneming begon in 1909 als nutsbedrijf in overheidshanden en is door fusies en overnames – en vanwege de Splitsingswet, die ertoe leidde dat netbeheerder Enexis apart verder ging – inmiddels onderdeel van het Duitse energieconcern E.ON.

Hoe ziet u de maatschappelijke impact van de onderneming en waar liggen de belangrijkste opgaves op dat gebied voor Essent?
‘In de transitie kiezen we bewust en altijd het perspectief van onze klanten. Wij geloven dat iedereen moet meedoen aan de energietransitie, dat is de enige manier waarop deze slaagt. Een van onze belangrijkste verantwoordelijkheden is daarom het goed begeleiden van onze klanten. Alle tegenstrijdige berichten rond het Klimaatakkoord hebben mensen onzeker gemaakt. We laten klanten de mogelijkheden zien en geven informatie waar ze wat aan hebben. Dat doen we stapje voor stapje.’

Hoe doet Essent dat? Kunt u daarvan een voorbeeld geven?
‘Onder andere door het ontwikkelen van digitale instrumenten en door medewerkers te trainen om klanten te helpen bij de energietransitie. Mensen willen namelijk wel, ze weten alleen niet hoe. Met online advies kunnen we de klant met een eigen woning laten zien dat het in zijn situatie bijvoorbeeld handig is om eerst te beginnen met isolatie en daarna zonnepanelen te plaatsen, en eventueel een warmtepomp. Zodat iemand zelf de impact kan zien: door isolatie en de zonnepanelen gebruik ik al 80 procent minder gas en elektriciteit dan voorheen. Dat voorkomt dat mensen zenuwachtig worden door de energietransitie en zich afvragen of ze in de financiële problemen komen. We laten mensen zien hoe ze mee kunnen doen. Ook de klant van 72 jaar die zich zorgen maakt over de terugverdientijd van zijn zonnepanelen.
Vergeet niet dat de invulling van de energietransitie is bedacht door de overheid. In de afgesproken snelheid, kadering en regels kan de consument zich niet altijd vinden. Maar als we niet oppassen, valt de rekening wel bij die consument op de mat.’

U vroeg al eerder aandacht voor een eerlijke verdeling van lusten en lasten van het Klimaatakkoord tussen bedrijven en burgers. En u aarzelt niet om partijen daarop aan te spreken.
‘Essent heeft zich meer laten horen over dit onderwerp dan we eigenlijk wilden. Dat is nodig: energie dreigde door het Klimaatakkoord voor de consument onbetaalbaar te worden. Er leek geen rem op de stijging van de energiekosten te zitten. Als de consument straks niet 8 procent, maar 12 procent van zijn netto besteedbaar inkomen kwijt is aan de energierekening dan betekent dat voor een grote groep mensen geen zomervakantie. Mensen kwamen – terecht – in opstand. Ik zie het als mijn taak om stakeholders te stimuleren daarover na te denken en zo de energietransitie voor consumenten mogelijk te maken. Ik heb aan de telefoon gehangen met mensen uit politiek Den Haag met de vraag of ze wel goed bij hun hoofd zijn. Dat is niet leuk, maar wel noodzakelijk.’

Niet veel andere concurrenten hebben een vergelijkbare kritische houding.
‘De maatschappelijke impact van ondernemingen gaat verder dan de diensten en producten die die bedrijven aanbieden. Het zit hem ook in hoe je je profileert en met politici omgaat, bijvoorbeeld. Sommige concurrenten geven hoog op van wat ze allemaal doen rond de energietransitie, bijvoorbeeld de plaatsing van windmolens. Natuurlijk moet dat gebeuren, maar dat is niet iets waar consumenten heel warm van worden. Een bedrijf moet relevant zijn voor mensen. Alleen dan kan een onderneming meedoen en iets veranderen. Essent wil dat de energietransitie voor onze klanten betaalbaar, behapbaar en realiseerbaar is, dat maakt ons maatschappelijk relevant.’

Waar liggen de kansen voor bedrijven in de energietransitie? Zij zijn vaak grootverbruikers van energie.
‘Het wordt tijd dat bedrijven meer gaan nadenken over hun energiegebruik, maar de stimulans daarvoor ontbreekt. In het bedrijfsleven geldt nog steeds dat hoe meer je verbruikt, hoe minder je betaalt. Het is tekenend dat veel van onze zakelijke klanten voor veel van de grondstoffen die ze gebruiken flexibele contracten afsluiten, maar niet voor energie. Het steekt me dat als er wordt gesproken over een eerlijker verdeling van de kosten tussen burgers en bedrijven, die laatsten direct gaan klagen over hun concurrentiepositie. Om vervolgens te verkondigen dat de kosten voor de energietransitie door de overheid – en dus de maatschappij – moeten worden opgebracht. Aandeelhouders hebben jarenlang dividenden geïncasseerd, maar geven niet thuis nu er moet worden geïnvesteerd.’

Hoe stimuleert Essent bedrijven om zich op dit terrein innovatiever te tonen?
‘We kunnen natuurlijk niemand dwingen, maar geven wel de mogelijkheden aan. We bieden een platform als Powerhouse, een online marktplaats waar bedrijven de door hen opgewekte energie aan kunnen bieden, dat het makkelijk maakt om actief te worden op de energiemarkt. Het is onze ervaring dat bedrijven door flexibele oplossingen ruim 30 procent van het energiegebruik kunnen afschaven, onder andere door het flexibel inzetten van overschotten. Neem bedrijven die het dak vol hebben liggen met zonnepanelen, maar in de zomer niets met de opgewekte energie doen. Stop die energie in een batterij of laat deze omzetten in waterstof. Dat zorgt voor een bepaalde volatiliteit, maar dat kun je opvangen door je energiehuishouding onderdeel te maken van de bedrijfshuishouding. Dat doen de tuinders al jaren, evenals koelvrieshuizen en datacenters. De innovatiekracht zit er al bij de bedrijven. Maar die kracht wordt nooit ingezet als er in de ogen van het management geen probleem is.’

Ligt daar ook een rol voor de overheid?
‘We lobbyen bij de overheid voor het inzetten van incentives die het voor bedrijven aantrekkelijker maken om actief hun energieverbruik aan te pakken. Ik geloof in de efficiëntie van de markt, dat blijkt telkens weer een krachtig instrument. Niet voor niets was de Tesla 3 in de laatste maanden van 2019 de bestverkochte auto. Het model is een succes omdat de prijs ervan precies is afgestemd op de fiscale grens van 4 procent bijtelling. Diezelfde marktwerking werkt ook in de energiemarkt. Als iets financieel aantrekkelijk is, dan kiezen bedrijven ervoor. Dan is het aan de overheid om met goed marktmeesterschap het geheel in goede banen te leiden.’

De energiesector staat voor grote veranderingen nu de traditionele infrastructuur van fossiele energie wordt aangevuld met energie uit wind en zon. Traditionele energiebronnen brachten een regelbaar vermogen met zich mee: het was mogelijk pieken en dalen in de vraag te balanceren. Energie uit zon en wind is niet 24/7 beschikbaar, hoe gaat de sector hiermee om?
‘Alles draait om flexibiliteit. De kolencentrales die nu voorzien in de basisenergiebehoefte – de baseload – worden gelukkig snel uitgefaseerd. Maar de komende 10, 15 jaar zullen deze centrales nog wel in de vraag voorzien, naast het vermogen uit zon- en windenergie, dat snel toeneemt. Er komt nog elke dag vermogen bij: iedereen legt zonnepanelen neer. Dat laatste leent zich niet voor alle toepassingen, voor zwaar vervoer en hoge-temperatuur-toepassingen biedt waterstof kansen. Daarmee kan duurzaam opgewekte energie bovendien efficiënt worden opgeslagen en blijft het elektriciteitssysteem in balans. Zeker omdat we nu over de computerkracht beschikken om vraag en aanbod efficiënt en snel te matchen.’

Essent faciliteert de energietransitie, maar de energietransitie vraagt ook om een transformatie van de onderneming zelf. Hoe zorgt u dat de onderneming mee kan in het tempo van de markt, of zelfs vooroploopt?
‘We vragen ons continu af of we nog voldoende relevant zijn en of we nog steeds dezelfde kloksnelheid als de markt hebben. We toetsen onze corporate velocity. In de praktijk betekent het dat we de onderneming elke drie à vier jaar herkalibreren. Niet iedereen vindt dat leuk, de mens is van nature niet veranderingsgezind. Essent biedt medewerkers een omgeving waarin ze zich kunnen ontwikkelen en waar ze kunnen accelereren. Daar horen ook kaders bij. Bij Essent kun je niet vanaf je zitzak heel kalm aan doen. Je moet de moed hebben om te veranderen, want constante procesverbetering is de kern van onze werkwijze. Ik ben er nog steeds trots op dat die werkwijze voor Harvard Business School aanleiding was om samen een casestudy te doen. (Harvard publiceerde in 2016 de businesscase Essent: From a State Owned Utility to a Commercial Company, red.)’

Essent is in de afgelopen jaren veranderd van een commoditygedreven bedrijf naar een op services gerichte organisatie. Waar in het proces bevindt de organisatie zich nu?
‘Essent was lange tijd een nutsbedrijf, dat vooral bezig was met het opwekken en leveren van energie. In de jaren ’60 kwamen daar door de gasificatie van Nederland voor het eerst services bij. Voor de aanleg en onderhoud van het gasnetwerk waren gasmonteurs nodig. We zijn nu bezig met het bouwen van een netwerk van servicepartijen die onze klanten helpen met energiezaken. Dat is nu nog een gefragmenteerd netwerk van servicepartijen, maar wordt een multidisciplinair servicebedrijf. We werken met lokale partijen en spelers uit het midden- en kleinbedrijf die de wijk kennen en weten wat er speelt. Dat vinden klanten prettig. Ze willen weten wie er langskomt.’

Hoe verandert die focus op dienstverlening de onderneming?
‘Het dwingt je op een andere manier naar je diensten te kijken, steeds met de klant als uitgangspunt. Een voorbeeld: het milieu vinden we belangrijk, maar niemand wil een stap terug doen wat betreft comfort. De tijd dat mensen die zeer betrokken waren bij het milieu drie truien en geitenwollensokken aantrokken om warm te blijven, is voorbij. Dus zorgen we ervoor dat onze huizen steeds beter zijn geïsoleerd. Tochtdicht betekent echter dat er ook minder schone lucht in huis binnenkomt, waardoor de luchtkwaliteit en het comfort weer dalen. Daar moeten we de klant bij gaan helpen. Ik zie schone lucht als een nieuw product.’

Essent opereert in de hyperconcurrerende Europese energiemarkt, waar het verdienmodel op diensten nog niet evident is. Waar ligt de sleutel voor een gezond verdienmodel?
‘De concurrentie is groot, maar we zijn een financieel gezonde onderneming met een goede winst. Dat is ook nodig, gezien de hoeveelheid geld die er door onze boeken gaat. Een klein foutje kan daardoor veel geld kosten. Als ik kijk naar onze prestaties zie ik een goed lopende onderneming, maar ik zie ook dat we onszelf nog veel leed aandoen. Zo zijn we geneigd IT-systemen nog te veel te gebruiken om informatie in op te slaan en te controleren, in plaats van de technologie voor ons te laten werken. Daar zijn we mee bezig, dat kan veel beter.’

De arbeidsmarkt is op dit moment zeer concurrerend, welke uitdagingen ervaart u bij het binnenhalen en behouden van talent?
‘De behoefte aan talent is groot, maar toch lukt het ons om mensen aan te trekken. Onze intrinsieke kracht om steeds nieuwe dingen op te pakken en uit te voeren, helpt ook de employability van medewerkers. Een monteur die bij klanten thuis zonnepanelen, isolatie en warmtepompen mag plaatsen – inclusief alle bijbehorende software – heeft een interessantere baan dan de elektricien in de nieuwbouw. Om de juiste mensen te benaderen, boren we ook nieuwe markten aan. Die van automonteurs bijvoorbeeld, die weten dat hun beroep eindig is vanwege de opkomst van de elektrische auto die veel minder onderhoud vergt. En belangrijker: ze vinden het vaak veel leuker om met een busje naar de klant te gaan om daar te sleutelen aan de nieuwste duurzame technologie, dan elke dag onder een brug te werken aan auto’s. Essent is een aantrekkelijke werkgever voor technici die een rol willen spelen in de energietransitie.’

Wat maakt het werk voor u aantrekkelijk, wat is uw persoonlijke doel?
‘Ik wil een gezond en robuust bedrijf neerzetten, dat met zelfvertrouwen mee kan in de marktveranderingen, in een omgeving waar integriteit en openheid worden gewaardeerd. Mét de trots en competitie die nodig zijn om te winnen. Die combinatie maakt het extra leuk.’

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 03 2020

facebook