Karen de Lathouder: ‘Ik breng parallel denken mee, een soort zijspoor’

Karen de Lathouder: ‘Ik breng parallel denken mee, een soort zijspoor’
Hoe kom je als beginnend toezichthouder aan een eerste commissariaat, waarom kies je ervoor toezichthouder te worden en hoe geef je invulling aan je rol? Karen de Lathouder is sinds maart commissaris van NS en vertelt over drive en aanpak. ‘Ik ben altijd benieuwd naar de afwegingen. Of naar het compromis. Als rvc is het interessant om te weten wat je als gevolg van dat compromis misloopt. Wat hebben we nu níet gekregen?’

Karen de Lathouder beleeft roerige maanden. Kort nadat dit interview plaatsvond, werd bekend dat ze na dik twee jaar stopt als coo assets van energiebedrijf Eneco – haar functie wordt samengevoegd met die van operationeel directeur handel en flexibiliteit. Tegelijkertijd zette ze het afgelopen jaar haar eerste serieuze schreden op het terrein van het toezichthouderschap met een commissariaat bij NS. Vincent Moolenaar, business director board & governance van Nyenrode Business Universiteit, gaat met haar in gesprek over die nieuwe rol ‘aan de andere kant van de tafel’. En ook over ‘doen’ als default setting, je uit durven spreken en de lessen die je leert door improvisatietheater.

Je bent sinds maart commissaris van NS. Voor veel aspirant-commissarissen is het een prangende vraag: hoe kom je aan je eerste commissariaat? Hoe is dat bij jou gegaan?
‘Ik ben benaderd. Ik moet zeggen dat ik wel openstond voor een rol als commissaris op dit moment in mijn loopbaan, maar dat ik niet direct actief op zoek was. Ik werd gebeld naar aanleiding van een interview. Ze dachten dat ik goed zou kunnen passen in hun rvc. Dat gaf mij natuurlijk nog niet meteen de functie; het was slechts de aanleiding om met mij te gaan praten. Daarna ben ik het reguliere proces ingegaan. We hadden al snel een klik. Ik heb echt het gevoel dat het meant to be was.’

Wat maakte dat dit voor jou het juiste moment was om deze rol bij NS op je te nemen?
‘Er is, vermoed ik, nooit exact een juist moment. Ik heb er lang over nagedacht en ook over overlegd binnen Eneco. Kan ik dit wel? Zit ik Eneco niet in de weg? Zit ik mezelf niet in de weg? Het is een groot, complex commissariaat. Maar ik had het gevoel dat het paste.
Ik had voor mezelf heel scherp voor wat voor type organisatie ik zou willen werken. Ik was weleens voor andere rollen gevraagd, maar daar heb ik nee tegen gezegd. NS sprak me meteen aan: een grote, complexe organisatie, belangrijk voor Nederland, maatschappelijk geëngageerd, met een duidelijke purpose. Een organisatie die ook nog eens een politieke kant heeft, met veel bemoeienis uit Den Haag. Ook dat leek me interessant. Daar komt ook nog eens bij dat ik graag met de trein reis.’

Het vooroordeel bestaat nog altijd dat het proces dat leidt tot de benoeming van de commissaris voortkomt uit het old boys network. En dat het niet altijd een transparant proces is. Kun je iets meer zeggen over de transparantie van het proces zoals jij dat hebt ervaren?
‘Ik denk dat het een uitermate transparant proces was, zowel voor mij als voor het ministerie van Financiën, dat als aandeelhouder de kandidaten heeft beoordeeld. Aan zo’n benoeming gaan heel wat stappen vooraf. Ik heb met heel veel mensen gesproken, met leden van de rvc en de rvb. Er lag een duidelijk omschreven profielschets met heldere kwalificaties en goed omschreven competenties. We zijn er stap voor stap doorheen gegaan. Ik ben blij dat het zo gegaan is. Het is fijn om geselecteerd te worden op nauw omschreven competenties. Als dat allemaal schimmig is, weet je zelf ook niet waarom je nou precies benoemd bent.’

Wat breng jij de rvc van NS?
‘Ik heb door mijn werk bij met name BP en Eneco veel ervaring opgedaan met grote, dure assets en met zeer lange investeringstermijnen. Het is allemaal heel kapitaalintensief – dat is de overeenkomst met NS. Ik kom uit een totaal andere industrie, maar wel met een gelijksoortige problematiek. Dus ik breng parallel denken mee, een soort zijspoor, wat verfrissend kan zijn. Verder ben ik ook zeker niet bang om vragen te stellen. Altijd met de drive om het beter te maken: betere beslissingen, betere uitkomsten. Dat betekent dat ik niet mijn mond houd en dat ik soms een gekke vraag stel. Ik denk dat ik ook wel een bepaalde moed heb. Dat zit ingebakken in mijn DNA. Net als de diverse kijk die ik op de wereld heb.’

Wat levert het commissariaat persoonlijk voor jou op, ook als je kijkt naar je rol als bestuurder?
‘De rollen liggen in elkaars verlengde, maar zijn wel totaal anders. Ik ben ook aan dit commissariaat begonnen om mezelf als bestuurder te verbeteren, om met andere ogen naar mezelf te kunnen kijken. Ik heb die ervaring eerder gehad toen ik als consultant bij AkzoNobel werkte. Ook dan ben je een relatieve buitenstaander. Kom je op een locatie en dan zie je zo'n plant manager op een bepaalde manier opereren. Goh, doe ik dat ook zo? Ja, dat doe ik eigenlijk ook. Dat is confronterend en leerzaam. Zo ervaar ik het nu weer. Ik vraag me best vaak af: doe ik dat als bestuurder ook zo? Geef ik bijvoorbeeld wel genoeg informatie aan mijn rvc? Dat is geloof ik mijn belangrijkste les van de afgelopen tijd: dat je op die andere stoel beter merkt dat je informatie mist. Ik ben er in mijn rvb-rol nu meer mee bezig dat er geen information gap is. Hoe zorg ik dat iedereen de juiste informatie krijgt zodat we samen tot een betere beslissing kunnen komen? In plaats van “ik kom hier even mijn verhaal doen, luister allemaal naar mij”. Mijn rol als commissaris helpt me in mijn rvb-rol. Ik ben veranderd van een tennisser in een volleyballer. Het teambelang is belangrijker geworden.’

Je hoort vaak van nieuwe commissarissen dat ze moeite hebben met de verschillen tussen de dagelijkse rol en die van commissaris, en de rolvastheid. Hoe heb jij dat ervaren?
‘Ja, dat is ook wennen. Het ligt ook aan de aard van het beestje. Ik ben van nature erg actiegericht. “Doen” is mijn default setting. Ik ben als persoon ook een echte probleemoplosser. Ik heb moeten leren de knop om te zetten. Als commissaris moet je meer afstand nemen. Soms is dat best moeilijk. Je moet beseffen dat je niet verantwoordelijk bent – althans niet voor de dagelijkse operatie. Als commissaris moet je je op betere resultaten en betere beslissingen richten. Je moet leren loslaten. Dat is soms moeilijk.
Ik kan het een beetje vergelijken met toen ik voor het eerst site manager werd op een chemische fabriek. Ik lag daar in het begin echt wakker van. Zoveel mensen die zulk risicovol werk doen – en ik was verantwoordelijk, help! Maar ook daar heb ik geleerd hoe dat werkt en hoe je daar vorm aan kunt geven. Dit is eenzelfde ervaring. Het commissarissenwerk leert me ook om niet direct in de oplossing-modus te schieten. Het is een belangrijk thema in mijn leven: van doen naar zijn.’

Voor nieuwe commissarissen is de onboarding extra belangrijk. Hoe heb je jouw onboarding ervaren?
‘Ik heb een fantastische onboarding gehad, die eigenlijk nog steeds bezig is. Het duurt ook even voordat je een bedrijf als NS kent. Ik heb heel veel gesprekken gehad, met collega-toezichthouders, met directeuren, met de ondernemingsraad, met collega’s overal in het land. Mij wordt ook vaak gevraagd of ik iets wil komen vertellen over operational effectiveness of over het diversity network. Daarnaast ben ik ook inhoudelijk aan de slag gegaan. Ik ben het International Directors Program van Insead gaan volgen. Ik ervaar vooral het netwerk dat ik daar opdoe als heel waardevol. Natuurlijk gaat het ook om de inhoud, maar iets leren of lezen over Porter’s Five Forces kan ik in principe ook in eigen tijd. Wat het vooral zo waardevol maakt, is om met collega’s te praten over hun ervaringen.
Wat ook fijn is bij NS, is dat rvc en rvb vrij dicht op elkaar zitten. We hebben allemaal buddy’s. Ik ben gekoppeld aan coo Eelco van Asch. Het is prettig om iemand te kunnen bellen met vragen. En het is natuurlijk tweerichtingsverkeer: Eelco profiteert weer van mijn ervaringen. De rvb van NS is een relatief nieuw team en ook de rvc heeft een aantal nieuwe gezichten. Dus moeten we zorgen dat we elkaar goed bij de gang van zaken betrekken, zodat we elkaars kennis en kunde ook goed benutten. We hebben juist een heel diverse groep qua achtergrond en ervaring, dus daar wil je dan ook gebruik van maken, zonder dat het betuttelend wordt.’

Welke vragen stel jij zoal als rvc-lid?
‘Ik ben altijd benieuwd naar de afwegingen. Of naar het compromis. Er worden in een grote organisatie altijd compromissen gesloten. Als rvc is het interessant om te weten wat je als gevolg van dat compromis misloopt. Wat hebben we nu niet gekregen? En ik ben veel bezig met lange termijn versus korte termijn. Neem je een beslissing om op korte termijn complexiteit weg te nemen? En creëer je daarmee wellicht op lange termijn grotere complexiteit? Dat kan in dit soort grote organisaties makkelijk gebeuren. Het is goed om als rvc aandacht te vragen voor de time horizon.’

Nu verschillen de meningen bij commissarissen over belang, nut en noodzaak van ‘vooroverleg’ – dus voor aanvang van een reguliere rvc-bijeenkomst de thema’s op elkaar afstemmen. Hoe ervaar jij dit in de praktijk?
‘Ik vind vooroverleg juist ontzettend belangrijk. Ik vind het belangrijk dat iedereen over dezelfde relevante informatie beschikt. Maar het gaat ook over hoe we ons gedragen. Je wilt als rvc of als rvb niet rollebollend over straat. Daarvoor is vooroverleg echt noodzakelijk – om tot goede beslissingen te komen. En, als je het niet met elkaar eens bent, wat natuurlijk ook voorkomt, dat je dan op een manier bijeenkomt waarbij dat oké is. Dus voor mij zijn dit soort vooroverleggen van grote waarde. De kwaliteit van de besluitvorming gaat erdoor omhoog. Ook omdat je met elkaar bespreekt wat er nog nodig is om bepaalde kwesties verder te helpen. Het zorgt er ook voor dat je niet meteen hoeft te improviseren in de meeting.’

Het begrip ‘diverse kijk’ is eerder al gevallen. Jij hebt je als queer geuit. Je hebt daar meermaals in de openbaarheid over gesproken, bijvoorbeeld ook in dat eerdergenoemde interview in het FD. Ik vind het persoonlijk niet per se relevant, maar hoe belangrijk is dat gegeven voor jou in de rollen die je nu hebt?
‘Het definieert mij niet als mens. Het zegt denk ik ook weinig over hoe ik mijn beslissingen neem en hoe ik mijn werk doe. Maar het duidt denk ik wel een aantal van mijn eigenschappen. Ik denk dat ik door mijn geaardheid misschien wat steviger in mijn schoenen sta. Omdat ik daar een persoonlijke reis in heb gemaakt. Diversiteit zit er bij mij ingebakken. Het is geen keuze, het gaat vanzelf. Ik ben vrouw, ik ben queer. Maar ik ben ook linkshandig. Het is allemaal deel van mij. En ik ben er trots op.
Ik probeer ook het ambassadeurschap binnen NS op te pakken, bijvoorbeeld binnen Trainbow, een netwerk van collega’s uit de LHBTI+-gemeenschap. Ik stel mijzelf graag beschikbaar voor iedereen die erover wil praten. Het gaat er uiteindelijk om dat je met zijn allen werkt aan een organisatie waarin iedereen zijn beste zelf kan zijn. Als je niet jezelf kunt zijn, als je je niet veilig voelt, kun je niet functioneren of presteren. Psychologische veiligheid is dan ook iets dat ik graag in de boardroom aan de orde stel. Hoe zorgen we ervoor dat het veilig is om iets te zeggen? Want ik ben dan misschien wel iemand die alles durft te roepen, maar hoe zit dat met de collega’s?’

Moet je voor deze functie veel opzijzetten?
‘Ja, ik zet er best veel voor opzij. Ik kom privé niet meer aan alles toe, ik laat er echt dingen voor. Maar dat is natuurlijk wel een bewuste keuze. Tegelijkertijd houd ik de werkbalans goed in de gaten. En ik doe ook dingen in mijn privéleven die mijn werk ten goede komen. Ik ben tegenwoordig bijvoorbeeld actief met stand-up comedy en improvisatietheater. Dat is zelfs voortgekomen uit mijn opleiding bij Insead. Daar kreeg ik de tip. En het is zo leuk. Sta je daar een beetje gek te doen op een podium. Of moet je in twee minuten een geïmproviseerde scène spelen tussen een astronaut en diens broer. Heel verrijkend, ook voor mijn professionele rollen. Het helpt me improviseren. En het helpt om af en toe eens te zeggen: ‘yes, and?’ In plaats van: ‘oordeel, nee!’ ‘Yes, and?’ is best een fijn uitgangspunt, juist ook voor een commissaris.’ 

Reageren? Mail ons op redactie@scopebusinessmedia.nl

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 02 2026.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 03-02-2026

facebook

ManagementScope.nl gebruikt cookies

Voorkeuren

Basis

Basis cookies:
Scope Business Media anonimiseert de data van personen die op de site terechtkomen. Hierdoor heeft managementscope.nl nauwelijks persoonlijke data van onze websitebezoekers in beheer en mogen wij selecte datapunten verzamelen die geenszins aan u als persoon te koppelen vallen. Onder noodzakelijke cookies vallen alle datapunten die Scope Business Media gerechtigd is om te plaatsen zonder expliciete toestemming van de bezoeker. Dit betreft enkel volledig geanonimiseerde data die noodzakelijk is voor het functioneren van de site.

Compleet (aanbevolen)

Overige cookies, bij het kiezen voor ‘compleet’:
Onder de noemer ‘Overige cookies’ vallen cookies waarvoor wij expliciet toestemming van u nodig hebben. Hieronder vallen bijvoorbeeld onze marketing cookies die wij tevens volledig anonimiseren. Deze cookies zijn echter wel essentieel voor Scope Business Media, om ervoor te zorgen dat managementscope.nl kan blijven voortbestaan als site.

Cookie- en privacyverklaring