Peter Hinssen et al. over kansen en gevolgen cloud computing

09-05-2011 | Auteur: Paul Groothengel | Beeld: Mark van den Brink | Interview José Delameilleure

Peter Hinssen et al. over kansen en gevolgen cloud computing

Alle servers de deur uit, is het motto van cloud computing. Maar hoe zit het dan met de controle over data en beveiliging?

Cloud computing mag dan een onderwerp zijn dat nog niet tot iedere bestuurskamer is doorgedrongen, het is wel iets dat de IT-wereld al jaren fascineert en waar iedere organisatie vroeg of laat over zou moeten nadenken. En dan niet alleen de collega’s van de IT-afdeling, maar ook de leden van de Raad van Bestuur. Waarom? Omdat de consequenties ervan bedrijfsbreed voelbaar zijn. Bij cloud computing gaat het er uiteindelijk om dat een bedrijf zijn systemen en bedrijfskritische informatie – van e-mail tot facturering en beheer van intellectueel eigendom – geheel of gedeeltelijk uitbesteedt aan een externe specialist als Salesforce, Amazon of Google. Die zorgt ervoor dat alle IT-functies (wereldwijd) schaalbaar, beschikbaar en opvraagbaar zijn. Afrekenen gaat naar rato van gebruik, zodat de kosten voor klanten aanmerkelijk dalen.

Voorlopers cloud computing
Veelzeggend is dat computerproducent Hewlett-Packard vorig jaar twee veelbelovende, maar nog kleine bedrijven kocht die vooroplopen in cloud computing; voor 3Par en Arcsight telde HP afgelopen zomer maar liefst vier miljard dollar neer. Daarmee speelt HP in op de verwachte groei van de markt: volgens een rapport van het Centre for Economics and Business Research zal cloud computing in 2015 naar schatting tot 177 miljard euro bijdragen aan de grootste economieën van Europa. Maar er zijn ook kanttekeningen. Zo huiveren veel ondernemingen van het uit handen geven van hun kostbare, bedrijfskritische informatiesystemen. Het aspect van de veiligheid van data zien marktanalisten dan ook als de belangrijkste barrière voor cloud computing.

Wat zijn de kansen en gevolgen van cloud computing? Wat betekent het voor de CIO en zijn IT-afdeling? Discussieleider José Delameilleure start de discussie met de vraag hoe ver de deelnemers in hun eigen organisaties zijn met cloud computing.

Ronny Kennes: ‘Onze organisatie werkt nu nog vanuit een eigen datacenter, vanuit een eigen, private cloud. Ik zie cloud computing als een businessmodel, dat Vecozo in staat kan stellen om veel flexibeler te werken. Voor mij maakt het niet uit waar onze IT-spullen staan, als we ze maar wel in eigen beheer hebben. Want binnen onze farmasector is het eigendom van data essentieel. Maar we zouden prima de apparatuur van derden kunnen gebruiken.’
Koen Denecker: ‘Binnen Cisco onderkenden we een jaar of drie geleden de importantie van cloud computing. Toen begonnen we met een kosteneffectief service oriented Datacenter, opgezet vanuit de behoefte om snel te kunnen reageren. Het kan niet zo zijn dat de business om vierhonderd servers vraagt en vervolgens drie maanden moet wachten. In feite werkt Cisco intern vanuit private cloud computing; zo kunnen we leren hoe we ermee om moeten gaan. Er zijn bij cloud-afnemers wel zorgen over de veiligheidsaspecten. Maar we zetten volop in op cloud computing. Want je kunt er meer mee, met minder budget.’
Hans Timmerman: ‘Deze voorbeelden passen in de trend. Binnen EMC zien wij in onze rol als cloud service enabler vaker dat organisaties beginnen met private cloud computing, om pas later over te stappen op een publiekere vorm. Dat geldt niet voor jonge bedrijven die vaak al geen server meer in huis hebben; die wagen zich meteen in de publieke cloud. Als je nu als starter bij een venture capitalist aanklopt om een miljoen los te peuteren voor een datacenter, word je uitgelachen. Niemand geeft dat meer uit. Bedrijven uit de BRIC-landen en andere opkomende economieën kunnen ook makkelijk starten met cloud computing, want die hebben geen erfenis uit het verleden, in de vorm van verouderde datasystemen. Wat dat betreft heeft de westerse wereld last van de wet van de remmende voorsprong.’
Peter Hinssen: ‘Inderdaad, veel bedrijven worstelen nu flink met die erfenis. Met name bij banken zie je nog de archeologische leemlagen in het datacentrum, soms stammend uit de jaren zestig of zeventig. Verouderde ontwikkeltaal, de bouwer is vaak allang vertrokken maar het systeem draait toch nog, al knarst en kraakt het in zijn voegen. De complexiteit van oude datasystemen is echt mind boggling. Van de besteding van het IT-budget van banken en verzekeraars gaat liefst tachtig procent op aan het onderhoud van die oude systemen!’

Wie heeft ’t voor het zeggen in zo’n cloud? Verschuift de macht van de IT-afdeling naar de eindgebruiker? Hinssen: ‘Voor de traditioneel denkende IT-afdelingen zijn de gevaren levensgroot. Cloud computing draagt eraan bij dat hun natuurlijke dominantie implodeert – dat gebruikers de macht naar zich toetrekken en hen overslaan. Neem de iPad. Bij de meeste bedrijven is het niet een IT’er, maar iemand uit de business die de iPad als eerste binnenbrengt. Die denkt namelijk: als ik gewoon die iPad gebruik als mijn nieuwe device, en ik kan mijn applicaties gebruiken in de cloud, dan heb ik mijn IT-afdeling helemaal niet meer nodig. Waarmee die afdeling dus irrelevant dreigt te worden. Om als IT’er te overleven moet je niet langer de butler zijn van de business, maar vooroplopen, je collega’s laten zien wat er allemaal kan.’
Kennes: ‘Je moet hen of de eindgebruikers ook kunnen laten zien dat je zorgvuldig omgaat met hun data. Als ze die “in de cloud zetten” willen ze er wel eigenaar van blijven. En als ze erom vragen, moet je hen als IT-afdeling die gegevens weer direct netjes terug kunnen geven, zonder dat ze de hele wereld zijn overgegaan.’
Denecker: ‘Deze verschuivende machtsontwikkelingen dwingen IT om constant te kijken hoe ze maximaal waarde kunnen toevoegen op bedrijfsniveau. Bijvoorbeeld door sneller te reageren, door beter te zijn, door zich te diversificeren, door zich te onderscheiden van de concurrentie. Er zal door cloud computing hoe dan ook een aantal taken verdwijnen, maar IT-afdelingen krijgen ongetwijfeld weer te maken met nieuwe uitdagingen.’
Timmerman: ‘Die macht pakt IT in mijn ogen niet meer terug. Ze zal gebruikers moeten stimuleren meer de cloud te gaan gebruiken, want dat is toch de toekomst. Vroeger bedacht IT iets en vervolgens namen de mensen het mee. Maar dat inside-out denken is voorbij; nu hebben de mensen al enorm veel nieuwe technologie in hun gewone bestaan, voordat ze überhaupt gaan werken. Daar moet je in mee. Waarbij we als sector nog geen antwoord hebben op de wezenlijke vraag: hoe weet je zeker dat je je data terugkrijgt, dat er niet nergens een kopie achterblijft? Wettelijk is er nog bar weinig geregeld, overheden hebben nog nauwelijks een antwoord op de consequenties van cloud computing.’

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de vereiste aardigheden van de CIO c.q. de IT-afdeling? Hinssen: ‘Programmeurs of infrastructuurspecialisten heb je niet meer nodig. Slimme generalisten die nadenken over hoe je IT zodanig kunt innoveren dat de business daar het meest aan heeft, des te meer. Wat dat betreft zitten we nu op een kantelpunt. En de Chief Information Officer? Grofweg de helft van de huidige CIO’s bestaat nog uit de echte techneuten. They love the smell of a datacenter in the morning, dat is hun habitat. CEO’s kijken met steeds grotere frustratie naar dit type CIO, vaak ook omdat ze die zelf hebben aangesteld. De toekomst is aan de andere helft, aan de CIO’s die wel een goed gevoel hebben voor de behoeften van de business. Daarom vind ik het zo mooi dat ze bij Cisco een succesvolle vrouw uit de business, Rebecca Jacoby, hebben benoemd tot CIO. Veelzeggend.’ Timmerman: ‘Ik zie steeds meer vooral jongere CEO’s, die heel goed weten wat IT precies is en kan bieden. Als hun IT-afdeling niet met de gewenste IT-innovatie komt, halen ze het wel ergens anders. Daar moet IT dus wel op inspelen. Ondertussen kan cloud computing fungeren als katalysator om business en IT dichter tot elkaar te brengen. In mijn presentaties over cloud computing valt me op dat dertigers het meest wantrouwend zijn, oudere managers en IT’ers vinden het mooi en reageren er veel flexibeler op. Dat komt omdat die ouderen de ervaring hebben dat binnen IT alles telkens weer op de schop gaat. Binnen EMC zie ik ook hoe snel het kan gaan met zo’n interne cloud community: binnen twee jaar vinden 15.000 van de in totaal 50.000 medewerkers elkaar direct via de cloud. Als ik een vraag heb bij het installeren van mijn iPad, sla ik onze IT-afdeling over en surf voor een snel antwoord naar de community.’
Kennes: ‘Een van de vereiste vaardigheden is gericht downscalen, dus het bewust níet opslaan van bepaalde data. Niet alle data hebben nut, in de zin dat je er nuttige kennis uit kunt destilleren. Dergelijke data moet je weggooien, puur om te zorgen dat je je opslagcapaciteit limiteert.’

Daarmee raak je aan het probleem van de snelgroeiende informatieoverload.
Hinssen: ‘Mijn zorg is dat mensen daardoor lamgeslagen kunnen worden. De oplossing? Je gaat beter selecteren. Ik herinner me nog dat ik elke mail las, maar dat is alweer lang geleden. Kost me teveel tijd. Zo lees ik ook geen kranten meer, alleen de koppen via internet. Vroeger had ik de angst om informatie te missen, maar dat ben ik helemaal kwijt. Want er is zóveel informatie, dat is echt niet meer te behappen. Ik ging van absolute controle naar een levensstijl van living with less control. Maar wat voor mij als persoon makkelijk kan, is voor bedrijven uiteraard lastiger, alleen al vanuit oogpunt van veiligheid.’
Kennes: ‘Precies. In onze farmasector is veiligheid van data zeer belangrijk. Maar je moet je er niet op blind staren. Een specialist vertelde me dat hij geregeld patiëntgegevens faxt, maar echt geen tijd heeft om te controleren wie die fax ontvangt, en of die persoon die data mag inzien. Je moet niet alles willen controleren, dan span je het paard achter de wagen. Maar je moet als IT-afdeling wel misbruik zien tegen te gaan, en kijken of je de informatie-overdracht sneller en goedkoper kan laten verlopen.’ Denecker: ‘De datagroei is wereldwijd fenomenaal. Binnen Cisco jaarlijks 65 procent. Maar opslag van die uitdijende databerg is niet het probleem. Het laat erom dat je weet welke data je moet abstraheren tot nuttige informatie. IT moet helpen een bewustwording te creëren zodat organisaties weten met welke data ze voorzichtig om moeten springen. En van daaruit zoeken welke databeheersssytemen je wel en niet nodig hebt. Want die systemen zijn wel nodig, maar niet zaligmakend.’

Lees ook:
> Cloud computing staat in de kinderschoenen
> Welke IT trends zien CIO Pieter Schoehuijs, Arthur Govaert, en John Wittekamp?

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 1 Waardering
Analyse Accenture - MS 02 2013.JPG

Innovatie

In dit dossier

Meer achtergrond artikelen